Gedragscodes zijn goed, maar: Wat verdwijnt er onder de oppervlakte?

Een ‘prothese’, een vervangend middel. Zo noemt Roel in’t Veld de gedragscodes voor governance. Niet dat hij tegen deze codes is, integendeel. Maar ze dragen het reële risico met zich mee dat het naleven van codes gebruikt gaat worden als prothese voor daadwerkelijke deugdzaamheid van bestuurders die van binnenuit wordt gemotiveerd. Het kan leiden tot het soort gedrag van ‘als ik de geschreven regels maar niet aantoonbaar overtreed, dan kan ik tussen de regels door doen wat ik wil’. ‘Pervertering’, noemt de hoogleraar dit, de codes zijn aan bederf onderhevig en moeten daarom dynamisch, niet statisch, zijn.

‘Wat in de gedragscodes wordt vastgelegd is wat er aan de oppervlakte gebeurt en ook zichtbaar en controleerbaar is. Maar je weet niet wat zich onder de oppervlakte, buiten het daglicht afspeelt.’ Uit een recent onderzoek in Nederland door de Monitoringcommissie Corporate Governance, blijkt dat in 88% van de gevallen de gedragscode wordt nageleefd. Dat is een hoog percentage. ‘Maar er wordt gekeken of de gestelde regels worden nageleefd en de procedures zijn gevolgd, er wordt niet onderzocht wat zich onder de oppervlakte afspeelt’, zegt Roel in’t Veld. Die sceptische houding is gezond voor een wetenschapper, het leidt tot meer onderzoek. In’t Veld gaat verder onderzoek doen naar governance en is blij met zijn aanstelling als hoogleraar aan de leerstoel aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Met het onderzoek wat hij gaat verrichten zal hij een zijn inziens cruciaal element toevoegen aan governance, namelijk cultuur.

Geen universele waarden
In zijn oratie bij aanvaarding van de leerstoel verwees hij er al naar: ‘Op sommige deelterreinen suggereren deskundigen dat elementen van governance universele betekenis hebben. Maar voor iedere waarnemer is duidelijk dat specifieke culturele factoren een belangrijke rol spelen.’ Dat komt omdat de regels in een gedragscode een reflectie vormen van de waarden die we erop nahouden. In ’t Veld zei het zo in zijn oratie: ‘Te constateren valt dat governance een vorm van formalisering en standaardisatie is van vereisten aan structuur en procesvoering van organisaties. Het toekennen van rechten aan bepaalde partijen, zoals aandeelhouders en andere belanghebbenden zoals ouders in het geval van het bestuur van een school, behoort tot governance, maar ook het scheiden van belangen en van functies, waar verstrengeling strijd met waarden oplevert. Het betreft dus steeds uit waarden voortvloeiende vereisten.’ En die waarden zijn bij uitstek cultuur gebonden.

Roel in’t Veld pleit voor dynamische gedragscodes, die kunnen inspelen op veranderingen en verschillende culturele omstandigheden. Dit om te voorkomen dat de gedragscodes een doel op zich worden, en tot een onwrikbaar instituut vervormen. Het gaat immers niet om het naleven van regels die ooit zijn opgesteld, doel is het verbeteren van de bedrijfsvoering. Een verstarde gedragscode leidt mogelijk de aandacht van dit doel af. In t Veld: ‘De vraag of governance ook empirisch blijkt te leiden tot een betere performance van de organisatie raakt op de achtergrond. Op deze wijze denken en handelen maakt het eveneens overbodig om inhoudelijke vragen naar de aard van het beestje te stellen, zoals: is hij te vertrouwen, is hij een deugdzaam mens? Onder deugdzaamheid verstaan wij hier dat gedrag in overeenstemming met waarden is. Waarden zijn dringende oordelen over het goede. Wie deugdzaam is, leeft de waarden, van binnen uit. Wie handelt in overeenstemming met procedurele voorschriften die voortkomen uit waarden, is misschien deugdzaam, maar misschien ook niet, maar wel immuun.’ Met immuun doelt In ’t Veld op het feit dat gedragscode dan fungeert als een immuunsysteem, als een schild waaronder je niet weet wat er huist.

Code op maat
Roel in ’t Veld pleit voor een gedragscode die gericht is op wat in de context van de samenleving en de schaal passend is. Met dynamische elementen waarmee ingespeeld kan worden op veranderingen en culturele aspecten. Het onderzoek op Curaçao in het kader van de leerstoel houdt hiermee verband. ‘We gaan de GGD’s en afvalverwerkingsbedrijven in Nederland en op Curaçao vergelijken op governance, waarbij we met bepaalde cultuuraspecten rekening houden’, vertelt In t Veld. Het onderzoek wordt momenteel nader vormgegeven, en richt zich op een specifiek soort organisatie namelijk een zogenoemde hybride organisatie. In t Veld: ‘Daaronder versta ik organisaties die enerzijds wortelen in het publieke domein en anderzijds tevens op markten opereren.’
Deze hybriditeit breng een spanningsveld met zich mee, omdat er als marktgerichte organisatie verwachtingen worden gewekt ten aanzien van contractafspraken (levering van goederen en diensten), terwijl als overheidentiteit er een aspect van algemeen belang is. Deze twee aspecten moeten in een hybride organisatie worden samengesmolten tot een cultuur die met beide, soms tegenstrijdige, aspecten rekening houdt.
Uit het onderzoek moet blijken wat de aanzetten zijn voor een stabiele cultuur van hybride organisaties.’In algemene zin geldt, dat tegenstrijdige impulsen binnen de hybride organisatie, die voortvloeien uit verschillende kernwaarden, zouden moeten worden opgevangen en verwerkt, zodat ze geen ‘double binds’ meer veroorzaken. De voornaamste opgave is om de meest positieve culturele waarden uit de deelculturen van de hybride te verenigen. Dat zijn de behartiging van het algemeen belang in het publieke domein en contractuele betrouwbaarheid uit het private domein.’

In ’t Veld wil de resultaten van het onderzoek zo snel mogelijk bekend maken via lezingen en (internationale) publicaties.

Coaching zal de vinger aan de pols houden en over de uitkomsten berichten.

> Stella van Rijn

Web design by BKCC, Web development by Dragonfly Media Curacao