Column; De fiscus en de onderneming

Iedereen die een onderneming leidt, moet weten wat de rechten van de fiscus zijn. Want al bij elke transactie is een belastingwet van toepassing. Denk aan de loonbelasting, omzetbelasting en de inkomstenbelasting of winstbelasting. Al deze belastingen en premies verhogen de kosten van een ondernemer. Wat houdt een ondernemer
dan zelf nog over?

Op Curaçao zal een ondernemer tenminste iets meer dan de helft overhouden, maar het kan meer zijn. De rechtsvorm waarin de onderneming wordt gedreven zou in theorie geen verschil moeten maken, maar de praktijk is anders.
Indien de ondernemer geen aparte rechts-persoon opricht, maar gewoon op eigen naam zijn onderneming drijft, spreken we van een eenmanszaak. Uiteraard een ver-ouderde term nu er inmiddels ook veel vrouwen zijn die een eigen onderneming drijven. De winst van deze eenmanszaak wordt belast op basis van de inkomstenbelasting. Het tarief is progressief en begint bij 15% en loopt in schijven op naar 49,4%.
Wordt de onderneming wel uitgevoerd door een rechtspersoon, dan is er belasting verschuldigd op basis van de winstbelasting. Het tarief bedraagt 34,5%. Het tariefsverschil wettigt de verwachting dat alle ondernemingen in de vorm van een rechtspersoon zoals een NV worden gedreven. Inderdaad worden veel ondernemingen in een NV-vorm gedre-ven, maar de belasting is daar niet direct de reden voor.

Wij kennen namelijk het zogenaamde klassieke stelsel, wat inhoudt dat naast de winstbelasting de uitkering aan de eigenaar, de aandeelhouder, ook weer wordt belast. Dus een rechtspersoon die 100 winst maakt, betaalt 34,5 aan winstbelasting en kan 65,5 aan de aandeelhouder uitkeren. Die 65,5 wordt bij de aandeelhouder belast met inkomstenbelasting tegen een speciaal tarief van 19,5% als de aandeelhouder een zogenaamde aanmerkelijk belang aandeelhouder is, en dat ben je als je tenminste 5% van de aandelen van de NV bezit. Per saldo is er dus bij een NV ook ruim 47% belasting verschuldigd.

Verschillen tussen een rechtpersoon en de eenmanszaak gaan wel ontstaan indien de winst niet direct uitgekeerd hoeft te worden en dus in de onderneming gebruikt kan worden, bijvoorbeeld voor nieuwe investeringen. Financiering van de bank is dan bijvoorbeeld niet of in mindere mate nodig omdat er ruim 10% minder belasting wordt betaald.

Winstberekening
Bij het berekenen van de te belasten winst gelden bij elke onderneming in principe dezelfde fiscale regels. De basisregel is dat de opbrengsten verminderd worden met de kosten volgens ‘goed koopmansgebruik’. Dit houdt in dat de ondernemer voorzichtig mag zijn en nog geen winst hoeft te berekenen als er bij zijn klant nog geen keiharde verplichting bestaat, maar hij mag ook niet wachten tot de koopprijs voor zijn dienst of product daadwerkelijk is betaald.
Aan de kostenkant mag hij uitgaven opvoeren, maar als de uitgave er toe leidt dat er langer dan een jaar voordeel voor de onderneming zal zijn, dan moeten de kosten ook over die meerdere jaren worden verspreid.
Wat betreft kosten is het ook belangrijk te beseffen dat een lening, om de onderneming te financieren, niet ten laste van de winst kan worden gebracht. Er moet eerst belasting worden betaald, en daarna mag met het netto bedrag de lening worden afgelost. Wel kan de afschrijving gebruikt worden om de lening af te lossen.

Voorbeeld
Een onderneming wordt gestart en voor de inventaris is 800 nodig terwijl de eerste loonkosten 600 bedragen. Aan eigen vermogen brengt de ondernemer 500 in terwijl er dan een lening nodig is van 900. De lening draagt 12% rente. Aan het eind van het jaar blijken de opbrengsten 1.000 te bedragen. De belaste winst bedraagt dan 1.000 minus 600 loonkosten, minus afschrijving op de inventaris van 200, minus 108 rente is 92. De belasting bedraagt hetzij 14 tot 45% bij een een-
manszaak, hetzij 32% bij een NV. Netto blijft er hetzij 78 tot 47 (bij de eenmanszaak), hetzij 60 (bij de NV) over die gebruikt zal moeten worden om de lening af te lossen. Het bedrag aan afschrijving is niet feitelijk uitgegeven en kan derhalve ook gebruikt worden om de lening af te lossen.
Het tweede jaar start de onderneming (stel NV) dan met inventaris met een waarde van 600, een bankrekening van 600, een lening van 640 en een eigen vermogen van 560.
Op zich dus positief doch de aangroei van 60 is nog niet voldoende om straks de inventaris te vervangen. Zelfs dit eenvoudige voorbeeld toont al aan dat het niet eenvoudig is om een onderneming structureel financieel sluitend te draaien.

Fiscale faciliteiten
De overheid begrijpt gelukkig ook dat het financieel sluitend draaien lastig is en staat een tweetal fiscale faciliteiten toe; de zogenaamde willekeurige afschrijving en de investeringsaftrek. Beide faciliteiten zorgen voor een uitstel en soms afstel van belastingheffing, waardoor bijvoorbeeld eerst de lening afgelost kan worden.
De willekeurige afschrijving houdt in dat de ondernemer mag beslissen een derde van de aanschafkosten af te schrijven in een eerder jaar dan normaal. Dus in het bovengenoemde voorbeeld mag 267 meteen in het eerste jaar ten laste van de winst komen, plus de normale afschrijving op 800 minus 267. In het voorbeeld zou hierdoor geen winst overblijven en dus geen belasting betaald hoeven worden. Er zal dus meer over blijven om de lening af te lossen, waardoor er minder rentelasten zullen zijn.

De andere faciliteit is de investeringsaftrek. 8% van het geïnvesteerde bedrag in bedrijfsmiddelen mag ten laste van de winst worden gebracht. En ook het tweede jaar mag wederom 8% van het in het eerste jaar geïnvesteerde bedrag ten laste van de winst gebracht worden. In genoemd voorbeeld wordt de winst dus met 8% van 800 is 64 verlaagd.
Keerzijde van deze aftrek is wel dat bij verkoop van de bedrijfsmiddelen binnen 6 jaar na aanschaf, er een bijtelling moet plaatsvinden ter grootte van eveneens 8% op het verkoopbedrag, maar slechts ten hoogste tot het bedrag van de aanschaf.

Tekst > Xandra Kleine

Xandra Kleine-Van Dijk is fiscalist en partner bij Spigthoff advocaten.
www.spigthoff.com

Web design by BKCC, Web development by Dragonfly Media Curacao