Arbeidsmarkt en onderwijs: hoe dichten we de kloof?

Het probleem doet zich overal ter wereld voor: Opleidingen sluiten in de praktijk niet aan op de werkplek. Op een eiland als Curaçao lijkt de kloof echter nog breder te zijn dan elders, als je de geluiden uit het bedrijfsleven mag geloven. ‘We kunnen geen goed personeel vinden’, is een veelgehoorde kreet. Mogelijke oplossingen werden recent besproken tijdens een conferentie over de arbeidsmarkt en het onderwijs. Volgens het bedrijfsleven schort het aan alle kanten aan de menskracht die wordt afgeleverd door het beroepsonderwijs. ‘Ze weten bij wijze van spreken niet eens behoorlijk goedemorgen te zeggen’, was een opvallende uitspraak van Kamer van Koophandel-directeur John Jacobs tijdens een van de discussies. Tijdens de conferentie werd openhartig gesproken over de gapende kloof op de lokale arbeidsmarkt met aan de ene kant het beroepsonderwijs en de andere kant het bedrijfsleven. Het werd duidelijk dat ze elk in eigen werelden opereren, en er nauwelijks tot geen overleg plaatsvindt. Dat leidt tot problemen aan beide kanten.

Cirkel
De scholen hebben moeite met het vinden van geschikte stageplaatsen en er is gebrek aan goede begeleiding op de stageplek. Als de leerlingen hun diploma hebben behaald blijkt dat lang niet alle leerlingen na hun beroepsopleiding aan de slag kunnen. Dat komt volgens het bedrijfsleven door het gebrek aan (vaktechnische) vaardigheden en de matige inzet van de leerlingen. Beide partijen kijken vragend naar de overheid. Die zou volgens de scholen werkgevers moeten dwingen meer lokale stagiairs en medewerkers aan te nemen. Volgens het bedrijfsleven zou de overheid moeten investeren in verbetering en modernisering van de opleidingen. De overheid zelf wil dat er zoveel mogelijk jonge mensen aan een baan kunnen komen waarin ze kunnen doorgroeien en via het werken belasting betalen, waardoor er meer geld beschikbaar komt voor onder meer het moderniseren van opleidingen. De cirkel is daarmee rond.

Kenniscentrum bedrijfsleven beroepsonderwijs
Tijdens de conferentie was het voor het eerst sinds lange tijd dat onderwijs, bedrijfsleven en overheid met elkaar in discussie gingen over het beroeps- onderwijs. Er bleken oplossingen voorhanden te zijn. Een van de oplos-singen die werd besproken is het initiatief van ‘Plataforma Kňrsou na Trabou!’ (waarin bedrijfsleven en vak-bonden samenwerken) voor het oprichten van een ‘Kenniscentrum Bedrijfsleven Beroepsonderwijs’. De oprichting hiervan is in volle gang. Het centrum gaat fungeren als een praktische schakel tussen het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven. Tot de taken behoort onder meer de opzet van een systeem om organisaties als leerbedrijf te erkennen en in organisaties leermeesters op te (laten) leiden. Dit zorgt ervoor dat er betere afstemming en begeleiding is tijdens de stages en gedurende het zogenoemde ‘werkend-leren’, waarbij leerlingen 80 procent werken en 20 procent van de tijd naar school gaan.

Een van de andere taken is het peilen van de behoeften in het bedrijfsleven. Door contact met de brancheorganisaties worden de ontwikkelingen t.a.v. de personeelsbehoefte in kaart gebracht, zodat de scholen weten waaraan op de arbeidsmarkt behoefte bestaat. Tijdens de conferentie kwamen ook de eindtermen in het beroepsonderwijs aan de orde. Nu bepalen de scholen wat de leerling aan het einde van de opleiding moet beheersen aan vaardig- heden en kennis, zonder te weten of dat aansluit bij wat de arbeidsmarkt nodig heeft. Het Kenniscentrum kan als schakel fungeren en de behoeften aan beide zijden met elkaar in balans brengen op een didactisch en praktisch verantwoorde manier.

Raad voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

Behalve het Kenniscentrum komt er – op initiatief van de overheid – een Raad voor Arbeidsmarkt en Onderwijs. Tijdens de conferentie werd duidelijk dat dit goed aansluit bij de oprichting van het Kenniscentrum. Waar het Kenniscentrum de praktische samenwerking en afstemming bevordert, kan de Raad zich richten op het beleidsniveau en afstemming plegen met andere diensten en werkterreinen zoals economische ontwikkeling.

Tekst > Corinne Leysner en Stella van Rijn


Web design by BKCC, Web development by Dragonfly Media Curacao