De fiscus en de ondernemer als werkgever

Een onderneming kan niet draaien zonder de inbreng  van arbeidskrachten. Dat kan de ondernemer alleen  zijn, maar meestal heeft hij/zij steun nodig van andere  arbeidskrachten. Die kunnen nodig zijn gedurende  de gehele dag en het hele jaar door, maar er kan ook behoefte zijn aan ondersteuning in bepaalde seizoenen of gedurende slechts enkele uren per dag en wellicht  dan ook nog slechts enkele dagen per week.Zodra er een vorm van beloning wordt betaald, moet de ondernemer zich afvragen of  er een belasting aan de orde is en zo ja welke. De belastingen die aan de orde kunnen zijn, zijn de omzetbelasting en de loonbelasting.  Is degene die het werk verricht een zelfstandige, die niet in gezagsverhouding staat tot  de ondernemer en die bijvoorbeeld staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel  als eigen ondernemer, dan zal de betaling  vijf procent omzetbelasting met zich brengen.

Is er echter een gezagsverhouding tussen  de ondernemer en de arbeidskracht, dus de arbeidskracht moet aanwijzingen opvolgen, dan is de arbeidsverhouding een dienstbetrekking waarop de loonbelasting van toepassing is. Het maakt hierbij niet uit of het gaat om zaterdaghulpen, vakantiewerkers, seizoenwerkers, parttimers en dergelijke. Daarnaast heeft de wetgever ook nog een aantal arbeidsrelaties bij wet aangemerkt als dienstbetrekking waardoor op de betaling ook loonbelasting moet worden ingehouden.  Dat geldt bijvoorbeeld voor de directeur of een commissaris van een NV of een aannemer van werk en zijn hulpen! Zodra een voordeel aan de arbeidskracht toekomt, is dat loon. De fiscus verplicht de onder- nemer loonbelasting en sociale premies in te houden op dat loon. Dus het gaat niet alleen om het betalen van geld maar ook om loon in natura; bijvoorbeeld het mogen gebruiken van een auto of het krijgen van een krant zonder daarvoor te hoeven betalen of kunnen lunchen in de kantine van kantoor. Hoeveel loonbelasting moet worden betaald is makkelijk te berekenen als het loon in de vorm van geld wordt betaald. Het progressieve tarief wordt over het geldbedrag berekend en vervolgens ingehouden op het geldbedrag. Lastiger is dat met het loon in natura. Want hoeveel moet je aan loonbelasting inhouden bij een lunch in de kantine of het gebruik van een auto? Is dit eigenlijk wel loon; want wellicht zou de werknemer helemaal niet geluncht hebben als de lunch niet al klaar stond! Dus hij bespaart zichzelf niets. Of de auto wordt alleen maar gebruikt om naar cliënten van de ondernemer te rijden dus er is privé geen voordeel. Veel argumenten zijn denkbaar en zijn ook daadwerkelijk aangevoerd om dergelijke voordelen niet als loon te zien en dus geen loonbelasting daarover te moeten inhouden. De fiscus heeft tegenargumenten en uiteindelijk heeft de wetgever de discussie hierover voor een aantal vormen van loon in natura beslecht door vaste bedragen in de wet of uitvoeringsregels op te nemen. Als de lunch een broodmaaltijd is, is de waarde vastgesteld op ANG 2,50 bijvoorbeeld. Over dat bedrag moet loonbelasting worden ingehouden. Bij het gebruik van de auto moet het loon-element worden berekend op vijftien procent van de nieuwwaarde inclusief de invoerrechten en omzetbelasting. Toch heeft de wetgever gemeend dat er wel beloningen gegeven kunnen worden die niet als loon moeten worden aangemerkt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de premie ziektekostenverzekering en voor het vergoeden van de premie AOV/AWW die een werknemer moet betalen. Ook bij overlijden mag de ondernemer tot maximaal drie maal het maandloon onbelast uitbetalen. Daarnaast is het mogelijk dat een cursus of studie door de werkgever onbelast wordt betaald. Dit hangt ook samen met een andere bron van discussies, namelijk het onbelast betalen van kosten omdat de kosten voor het werk worden gemaakt, dan wel worden opgeroepen door het werk. Ook hier zijn vele discussie mogelijk. In 2001 heeft de wetgever gemeend dat veel van dergelijke kosten niet als zakelijk kunnen worden aangemerkt, zoals kosten om passend gekleed naar het werk te komen of kranten en tijdschriften te moeten lezen. De wetgever vindt dat werknemers dat soort uitgaven als privé persoon maken en kunnen daarvoor geen onbelaste kostenvergoeding krijgen. Anders is dat bijvoorbeeld weer ten aanzien van uniformen waarop bedrijfsnamen en/of logo’s staan aangebracht.

Toch blijven er altijd wel kosten die alleen maar door het werk worden opgeroepen, zoals parkeerkosten om een cliënt/zakelijke instantie te bezoeken of lunchen met een cliënt. Het is dan ook toegestaan om een vaste vergoeding aan een werknemer toe  te kennen, mits er regelmatig wordt gecontroleerd aan welke kosten de vergoeding wordt besteed. Een werknemer moet dan gedurende drie maanden met bonnen bijhouden welke kosten er worden gemaakt.  Vervolgens moet dat tenminste elke drie jaren worden herhaald.

Het moge duidelijk zijn dat de fiscus niet snel een betaling onbelast zal laten en het is dan ook belangrijk dat zowel de werkgever als de werknemer zich daarvan bewust is.

Mr Xandra M. Kleine-van Dijk
Spigthoff Advocaten & Belastingadviseurs
Scharlooweg 33
Tel. 461 8700
www.spigthoff.com

Tekst  >  Mr Xandra M. Kleine-van Dijk, Spigthoff Advocaten en Belastingadviseurs

Web design by BKCC, Web development by Dragonfly Media Curacao