





Werknemers die bij hun werkgever de wens uiten van een voltijd naar een deeltijd dienstverband te veranderen, staan nogal eens voor een gesloten deur op Curaçao. Werkgevers die wel open staan voor deeltijdwerk, lijken de mogelijkheid nauwelijks te stimuleren. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerika en Europa waar werkgevers en werknemers elkaar steeds meer vinden in flexibiliteit op de werkvloer.
Geen vanzelfsprekende optie
Minder dagen per week werken of minder uren per dag dan gebruikelijk. Flexibel werken is geen vanzelfsprekende optie op Curaçao. George Consult, een organisatie- en adviesbureau gespecialiseerd in Human Resource Management (HRM), stuitte tijdens een nationaal salarisonderzoek op zoveel vragen over deeltijdwerk dat het bureau in oktober 2008 besloot tot een grootschalig onderzoek naar parttime werken. Eind april 2010 organiseert Maghalie George van George Consult een seminar over deeltijdwerk op Curaçao, waarin de eindresultaten worden gepresenteerd. Onbekendheid met het fenomeen parttime werken, negatieve beeldvorming en een gebrek aan faciliteiten (richtlijnen, registratiesystemen) blijken belangrijke factoren te zijn die flexibel werken in de weg staan.
Niet alléén vrouwen
De respons op het onderzoek was groot: 160 bedrijven/werkgevers vulden een vragenlijst in en 219 individuen reageerden op een internet-enquête. Het bleek al gauw dat deeltijd werken een onderbelicht onderwerp is. ‘Soms moesten we bedrijven echt “porren” om mee te doen’, vertelt George. ‘Bedrijven die geen parttimers in dienst hebben weigerden wel eens. “We hebben er geen belang bij”, werd er gezegd.’
Uit de internet-enquête bleek onder meer dat 61% van de fulltimers (66% van de respondenten) aangaf parttime te willen werken, ook al wordt het salaris naar rato aangepast. Een werkweek van gemiddeld 29 tot 35 uur geniet de voorkeur. Bijna tweederde wil dit om meer tijd door te kunnen brengen met het gezin. “Meer vrije tijd” was een ander veelgenoemd argument. Van de respondenten was 80% vrouw en beschikte de meerderheid over een hbo- of wo-opleiding. Het blijkt dat voornamelijk vrouwen parttime willen werken. ‘Maar het zijn niet alléén vrouwen’, aldus George.
Ook wennen voor de werkgever
‘Ik merk nu al hoe prettig het is om niet alleen maar moeder te zijn’, vertelt Gilla van der Werf. Sinds januari is zij drie dagen per week werkzaam in de financiële dienstverlening. ‘Ik heb altijd fulltime gewerkt. Nadat ik kinderen kreeg, koos ik bewust voor fulltime moederschap. Na een tijd voelde ik weer de behoefte te gaan werken. De organisatie waar ik nu werk is nog niet op parttime werken ingericht. Het is dus oppassen dat je geen fulltime werk verricht in een parttime baan. Het is ook wennen voor de werkgever. We hebben afgesproken dat er rekening wordt gehouden met de dagen dat ik werk. Maar ik moet ook flexibel zijn. Als er een belangrijke vergadering is op mijn “vrije” dag, probeer ik van dag te ruilen.’ Voor Van der Werf was het niet eenvoudig gepast werk te vinden in deeltijd. ‘Ik heb een aantal leuke gesprekken gehad, maar het ketste toch af op de parttime kwestie. Maar waar gaat het om: kwantiteit of kwaliteit?’
Raggedy-Ann Tjon Sien Kie-Vis, office manager bij Galan Groep (gespecialiseerd in management), zag zich genoodzaakt ontslag te nemen bij haar vorige werkgever. ‘Mijn fulltime baan bij een bank werd moeilijk te combineren nadat ik mijn derde kind kreeg. Ik wilde minder werken, maar dit werd geweigerd. Bij Galan Groep vond ik de mogelijkheid alleen ‘s ochtends te werken. Maar ik werk nu niet meer in mijn vakgebied.’ Ook Tjon Sien Kie-Vis vindt dat van de parttimer mag worden verwacht dat deze zich flexibel opstelt. ‘Als er iets belangrijks is, dan probeer ik wel te komen. De communicatie is verder geen probleem. Alles gaat via e-mail.’
Verband tussen sector en flexibel werken
Van de door George Consult ondervraagde werkgevers stond 70% open voor parttime betrekkingen. Volgens Maghalie George is dit cijfer echter niet representatief. ‘Omdat niet alle bedrijven wilden meewerken juist omdat ze geen parttimers in dienst hebben, vermoeden we dat dit cijfer voor Curaçao beduidend lager ligt.’ Er bestaat een verband tussen de sector waarin een bedrijf actief is en flexibel werken. George: ‘Enkele financiële instellingen gaven te kennen dat zij met de mogelijkheid voor deeltijdarbeid tegemoet willen komen aan de wensen van de werknemer. In de toeristische sector zien we als reden een “effectieve inzet” van personeel, bijvoorbeeld tijdens piekuren of gedurende het hoogseizoen.’
Volgens George zijn bedrijven zich nog niet voldoende bewust van het feit dat zij deeltijdarbeid kunnen inzetten als middel om werknemers aan zich te binden. Of er wordt eenvoudigweg niet stilgestaan bij parttime werk als optie. Hierdoor ontbreekt het vaak aan een (juridisch) raamwerk of beleid voor deeltijdarbeid. Bij driekwart van de bedrijven uit het onderzoek die parttimers in dienst hebben, ontbreekt het (nog) aan een dergelijke structuur. Om deze reden stimuleren zij deeltijdarbeid niet. ‘De prikkel komt vanuit de werknemer’, constateert George. Uit het onderzoek kwam bovendien naar voren dat negatieve beeldvorming een rol speelt.
‘Werkgevers denken dat als zij parttime werk toestaan, het hek van de dam is en het personeel dit massaal wil. Maar uit ons onderzoek blijkt dat deze angst niet reëel is. Veertig procent van de werknemers zou niet eens parttime willen werken als het salaris naar rato wordt aangepast. Zij kunnen zich dit financieel niet veroorloven.’ Verder stelt George dat werkgevers “grip” kunnen houden op de situatie door een reglement op te stellen voor parttime werk. ‘Per functie of situatie kun je als werkgever voorwaarden koppelen aan deeltijdarbeid.’
Goede balans ook belang werkgever
Van de bedrijven die geen parttimers in dienst hebben, maar wel open staan voor deeltijdarbeid liet 10% weten parttime werken niet aan te moedigen. Ruim 3% stelde het verzoek voor flexibel werk te hebben ontmoedigd. Bijna 20% gaf te kennen dat de medewerkers er ofwel geen behoefte aan hebben of het financieel niet aantrekkelijk vinden. ‘Maar een groot deel weet eigenlijk niet waarom het personeel geen gebruik maakt van de mogelijkheid.’
Toch staat ruim de helft van de deelnemers aan het onderzoek (60%) die open staan voor flexibel werk positief tegenover het inspelen op de behoefte van de werknemer. De gedachte hierbij is dat als de medewerker een goede balans heeft gevonden tussen werk en privé, deze gemotiveerd is, beter presteert en het bedrijf niet snel zal verlaten. Een ander argument is dat het bedrijf zich kan profileren als ‘sociaal maatschappelijk verantwoord’ en een steentje bijdraagt aan het gezinsleven en een schoner milieu (minder filevorming). Voor bijna 40% is het effectief inzetten van personeel de belangrijkste reden om met parttimers te werken.
?MKB: flexibel binnen grenzen
Voorzitter Wilbert Geertruida van de vereniging voor Midden- en Kleinbedrijf (MKB) Adeck wijst op het belang van parttime werk voor zijn sector. Volgens Geertruida zit verantwoord ondernemen de meeste MKB’ers in het bloed. Ondernemers vinden het belangrijk dat hun werknemers zich goed voelen. ‘Het is je eigen bedrijf, je wordt als personeel een beetje familie van elkaar. We bieden graag flexibiliteit. Maar de handicap is dat we de bijkomende zaken niet snel kunnen regelen omdat we klein zijn. Ook kunnen we qua salaris en extra’s maar tot een bepaald niveau gaan. We kunnen niet opboksen tegen grote concurrenten. Goede werknemers raken we liever niet kwijt. Dat kan door flexibele tijden te bieden. Ik zie het als een taak van de overheid om het makkelijker te maken om parttimers in dienst te nemen. Nu zijn zaken die via de Dienst Economische Zaken lopen vaak tijdrovend en gecompliceerd. Veel ondernemers hebben familieleden die informeel meehelpen in het bedrijf. Waarom zouden we dit niet op een makkelijke manier formeel kunnen maken?’
Het MKB moet alleen al uit noodzaak flexibel zijn, denkt Geertruida. Door de huidige financiële crisis zijn er minder opdrachten. ‘Het MKB moet in kunnen spelen op dat soort omstandigheden. Deeltijdarbeid kan hierbij van pas komen.’ Eén probleem is echter pen-sioenbreuk. ‘Verdienen naar rato vinden werknemers prima. Als je maar niet aan hun pensioen komt.’ Wat ook speelt is oneerlijke concurrentie. ‘Als je ondernemer wil worden, heb je een financiële basis nodig. Het zou het MKB goed doen, als het voor ambtenaren bijvoorbeeld makkelijker was parttime te werken, zodat zij hun eigen bedrijf kunnen opbouwen. De overheid zou op zijn minst het signaal moeten geven dat er flexibel gewerkt kan worden. Vroeger mochten ambtenaren zich niet eens inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Nu zie je dat mensen die elders fulltime werken, een eigen bedrijf proberen op te zetten. Maar zij staan niet ingeschreven als ondernemer. Dat werkt oneerlijke concurrentie in de hand.’
Geertruida denkt dat parttime werken bij het prille begin van een onderneming een uitkomst kan zijn. ‘Je beschikt nog niet over veel financiën en moet omzet zien te genereren. Je kunt met personeel op parttime basis beginnen, met het idee om naar een fulltime dienstbetrekking toe te gaan.’
?Eén lijn voor iedereen
Werkgevers die geen interesse hebben voor deeltijdarbeid stellen dat zij het nooit als een optie hebben beschouwd, zo blijkt uit het deeltijdonderzoek. Niet alleen het eerdere genoemde “hek van de dam” is een argument. Ook heerst onder sommigen de gedachte dat er één lijn voor iedereen moet worden getrokken. Sommige functies kunnen niet in deeltijd worden verricht, daarom wordt ook het overige personeel de mogelijkheid ontnomen. George Consult constateert verder dat soms het idee bestaat dat twee parttimers duurder zouden zijn dan één fulltimer. Volgens bijna 5% brengt het in dienst hebben van part-timers extra administratieve handelingen met zich mee. Bijna 4% stelt dat het beloningspakket zodanig is vastgesteld dat er niet kan worden gerekend in “percentages van” en er dus geen raamwerk bestaat voor deeltijdarbeid. ‘Vanwege de openingstijden’ wordt ook als reden opgevoerd. Toch zijn er volgens George genoeg organisaties die, ondanks dat ze gebonden zijn aan vaste openingstijden, flexibele tijden hebben. ‘Uiteraard is het werken in ploegendiensten wel een valide reden voor een beperkte flexibiliteit.’
Bijna 20% denkt dat parttime werken de klant-relaties negatief kan beïnvloeden. ‘Dat is heel apart eigenlijk’, vindt George. ‘In klantgerichte organisaties komt parttime werken juist veel voor en wordt het niet als nadeel genoemd.’ Adeck-voorzitter Geertruida kan zich echter wel vinden in dit argument. ‘Voor het MKB is continuïteit met klanten van groot belang. Klanten en afnemers van het MKB zien graag hetzelfde gezicht. De taken moeten zo worden ingepland dat het niet teveel invloed heeft op de continuïteit van het bedrijf.’
Kans voor Pais Kòrsou
De vraag naar parttime werk is de laatste jaren toegenomen volgens 17% van de bedrijven die open staan voor de deeltijdarbeid. Zij krijgen meer aanvragen van met name vrouwelijke medewerkers. Volgens Geertruida zou de overheid een voorbeeld kunnen stellen door parttime werken zichtbaar te maken binnen het overheidsapparaat. Ook George Consult ziet een uitdaging voor de overheid. ‘Veel ambtenaren weten niet dat zij een beroep kunnen doen op de mogelijkheid parttime te werken. Bij de ontmanteling van de Nederlandse Antillen en het opzetten van één bestuurlijk apparaat op Curaçao zou het goed zijn als ambtenaren beseffen dat parttime werken een optie is.’ Cijfers lijken dit te ondersteunen. Onder de 1500 ambtenaren werkzaam bij het Eilandgebied Curaçao zijn 11 -parttimers, minder dan 1% dus. Volgens Dienst-------hoofd Personeelszaken Rignald Mamber komt dit door de context van de overheid. ?‘Ambte-naren zijn meestal lang in dienst. Als je dertig jaar lang een bepaald inkomensniveau geniet, ga je niet zo makkelijk een stapje terug. Ook de pensioenrechten zijn een belangrijke reden. Er is inmiddels een regeling, maar het blijft pensioenbreuk.’
Mede op basis van een onderzoek door het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er bij de overheid wettelijke kaders gekomen voor deeltijdarbeid. De Landsregering wilde het signaal afgeven dat ‘cultuurverandering in het arbeidsbestel geboden is’. Het Eilandgebied introduceerde “interne flexibilisering” als nieuwe visie voor het overheidsapparaat en heeft sinds 2004 de beschikking over de Nota “Introductie Deeltijdarbeid ECG”. Ambtenaren kregen het recht om op basis van een voltijd arbeidsduur (39,5 uur), deze met maximaal 20% te verminderen. Vormen zijn de duo-baan en deeltijdarbeid op uurbasis, productbasis of projectbasis. Mamber: ‘Deeltijdarbeid leeft dus. Maar je ziet dat het vooral nieuwe binnenkomers zijn die opteren voor deeltijdarbeid. Zij doen bewust economisch een stapje terug. Het voordeel is dat zij tevreden werknemers zijn. Het nadeel is dat zij niet constant aanwezig zijn. Dat wil wel eens communicatieproblemen geven. Ook zijn er extra kosten en administratieve nadelen. De voordelen binnen de overheid zijn denk ik vooral voordelen voor de werknemer. In vergelijking met het bedrijfsleven kan vanuit winstoogmerk makkelijker met flexibilisering worden gewerkt. Maar wij als Personeelszaken zouden het wel meer kunnen stimuleren. Dit is een verbeterpunt. Ook zouden we voor het Land Curaçao deeltijdgebonden arbeidsvoorwaarden kunnen introduceren.’
Mamber denkt dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met de aandacht voor parttime werk bij de ontmanteling van het Land. ‘Een suggestie voor deeltijdwerk wordt misschien opgevat alsof er ontslagen gaan vallen terwijl is toegezegd dat dit niet zal gebeuren. Het introduceren van nieuwe personele instrumenten kan in een politiek-bestuurlijke omgeving soms verkeerd worden uitgelegd.’ Toch is parttime werken bij de overheid in opmars, denkt Mamber. In drie jaar tijd zijn er 11 mensen parttime gaan werken, verdeeld over 8 van de 32 diensten. Drie van hen werken bij Personeelszaken. Het gaat in negen gevallen om vrouwen.
?Een win-win situatie
Verzekeringsmaatschappij ENNIA beschikt sinds enkele jaren over een parttime beleid. ‘Wij zagen de noodzaak om onze werknemers te ondersteunen in de combinatie van werk met gezinsleven en/of studie’, vertelt Human Resource Manager Angelique Lanoy-Leito. Alleen vrouwelijke medewerkers maken gebruik van de mogelijkheid. ‘Dat komt omdat zestig tot zeventig procent van ons personeelsbestand vrouw is. Maar er zijn niet heel veel medewerkers die parttime werken, de meesten vinden het financieel niet aantrekkelijk. Het afgelopen jaar hebben twee mensen die hun carrière afbouwen voor deeltijdarbeid gekozen.’ Volgens Lanoy-Leito is het niet zo dat parttimers in verhouding duurder zijn ten opzichte van fulltimers. ‘Dat valt wel mee. We houden er binnen onze budgetten rekening mee. Volgens mij zijn ze zelfs goedkoper. De meesten kiezen voor een halve dag of één dag minder werken per week. Die uren worden niet vervangen. De parttimers plannen hun werk dusdanig dat het afkomt. We hebben er geen omkijken naar. Dat parttimers efficiënter werken is een realiteit denk ik. Het is daardoor een win-win situatie.’ Ennia heeft voorwaarden gesteld aan deeltijdwerk en niet voor alle functies bestaat de mogelijkheid. Parttime werken heeft gevolgen voor de pensioenverzekering omdat deze naar rato wordt berekend. Maar het heeft geen gevolgen voor de ziektekostenverzekering, aldus Lanoy-Leito. ‘Voor al onze medewerkers wordt een volledige ziektekostenpremie betaald.’
Het maximale uit mensen halen
‘Deeltijd is een middel om het maximale uit mensen te halen’, vindt Maghalie George. ‘Volgens sommige organisaties ligt de productie van parttimers hoger dan van fulltimers. Organisaties verliezen goede krachten omdat de directie niet open staat voor deeltijdarbeid. Die medewerkers gaan naar de concurrent of gaan beneden hun niveau werken. Dat is een verlies. Als we parttime werken eerst eens vanuit een “360 graden benadering” zouden bekijken, en daarna pas beslissen: “ja” of “nee”. Anders is het een gemiste kans.’
Een juiste afweging maken
Mr. Esther Avontuur, advocaat bij Certa Legal Curaçao en gespecialiseerd in het arbeidsrecht, herkent in haar praktijk de nog relatieve onbekendheid van parttime werk als flexibele arbeidsrelatie. ‘Het kan voor een werkgever wenselijk zijn om gebruik te maken van flexibele arbeidsrelaties, die doorgaans tijdelijk van aard zijn. In de praktijk werkt een werkgever dan vaak met een oproepovereenkomst (als voorovereenkomst). Dat is geen arbeidsovereenkomst. Wanneer er door de werkgever met bepaalde regelmaat en voor langere perioden is opgeroepen kan uit de feitelijke (werk)situatie (achteraf) echter blijken dat er tóch sprake is van een normale arbeidsovereenkomst. Soms kan daarom een arbeidsovereenkomst met een beperkt vast aantal uren, dus een parttime overeenkomst, voor een werkgever een beter flexibel alternatief bieden dan een oproepovereenkomst. Parttime arbeidsovereenkomsten kunnen zowel voor bepaalde als voor onbepaalde tijd worden aangegaan. Voor beide vormen geldt dat schriftelijk een proeftijd kan worden bedongen.’
Ook het gebrek aan structuur aan werkgeverszijde met betrekking tot parttime dienstverbanden is voor mr. Avontuur geen onbekend fenomeen. ‘De toepasselijke arbeidsvoorwaarden worden niet alleen bepaald door de arbeidsovereenkomst, maar ook door de wet, een eventueel van toepassing zijnd (arbeids-)reglement of CAO. Het blijkt dat het daarin inhoudelijk nog vaak ontbreekt aan de mogelijkheid voor werknemers om in aanmerking te komen voor een parttime dienstverband. Deze mogelijkheid kan eenvoudig worden gecreëerd, door in de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement of de CAO een bepaling op te nemen over op welke wijze en onder welke voorwaarden de werknemer een verzoek om parttime werk kan doen. Daarmee worden de wederzijdse rechten en plichten van werknemer en werkgever duidelijk afgebakend, terwijl hiermee de werkgever voldoende vrijheid behoudt om eventueel afwijzend op verzoeken te beslissen.’
Voor wat betreft de risico’s van pensioenbreuk wegens parttime werk ziet mr. Avontuur ruimte voor een deskundige derde: de actuaris, om de financiële gevolgen voor de betreffende ambtenaar of werknemer en eventuele alternatieven nauwkeurig in kaart te brengen. ‘Pas dan kunnen de voor- en nadelen van parttime werk in een specifieke situatie voor beide partijen goed tegen elkaar worden afgewogen en kan daarover een weloverwogen beslissing worden genomen.’
Bij het ter perse gaan van het magazine bereikte ons het droevige nieuws dat de heer Mamber onverwachts is overleden. Ons medeleven gaat uit naar zijn familie, vrienden, collega’s en overige nabestaanden.