

Na een tussenstop in Nederland is hij sinds 2003 weer terug op Curaçao. Samen met Tone Møller runt Paul Kok het Avila Hotel. Tijdloze gastvrijheid staat hoog in het vaandel; voor de vakantieganger, de zakelijke gast en natuurlijk voor de mensen van het eiland. Vanuit de chique receptiehal kom je door een smalle, bijna geheime deur letterlijk achter de schermen van het hotel. Hier bevindt zich ook de kamer van Paul Kok. ‘Mijn kamer is omringd door het secretariaat en een flinke back office. Zakelijke besprekingen vinden in deze kamer plaats, maar verder leef ik op de werkvloer.’ Op die werkvloer is Paul buitengewoon trots. ‘Iedereen loopt hier in en uit, mijn deur staat meestal open. Het is een familiebedrijf en de lijnen zijn kort. Zelfs nu het hotel groter is geworden, met 154 kamers en 130 man personeel, is die intieme sfeer gebleven.’
De ‘altijd open’ cultuur
‘We zijn 365 dagen per jaar open, dag en nacht. Dat zorgt voor een cultuur die anders is dan in de meeste bedrijven. Je bent onbewust toch langer aan het werk, want er zijn altijd en overal mensen. Op zaterdag werk ik ook. Juist dan is er veel leven in de brouwerij, met af en toe een huwelijk. Daar wil ik graag bij zijn. Maar op zondag ben ik vrij, dat wil zeggen, niet op kantoor.’
Mijn kamer
‘In mijn kamer zijn de lamellen altijd dicht. Iedereen kijkt naar binnen, wat mij alleen maar afleidt. Er valt trouwens niet veel meer te zien dan een looppad met wat plantenbakken. Maar wie in de kamer zit, ziet een prachtige verzameling bezittingen, elk met een persoonlijk verhaal. Achter het bureau hangt een fraai schilderij van de Holland Amerika Lijn. ‘Ik heb gevaren op de S.S. Rotterdam en heb het cadeau gekregen van meneer Møller.’ Daarnaast hangt een doorzichtig origineel deckplan van het schip. Ook een trots bezit, want ‘dat krijg je niet zomaar, daar moet je wel wat voor doen’, aldus een lachende Paul. Van achter het bureau kijk je op een vrolijke muur. Er hangen drie gekleurde feestballen. ‘Die heb ik laten hangen na mijn verjaardag.’ De kaart van ?Curaçao, nagemaakt als een oude schatkaart ter gelegenheid van de viering van 500 jaar Curaçao, valt meteen op. ‘Die heb ik gekregen van de Curaçao Hospitality and Tourism Association, Chata, toen ik uit het bestuur ging’.’ ?Er staat nog veel meer op de kast, gekregen van verschillende gasten; van een fles wijn met de naam Avila tot hotelzeepjes uit verschillende streken.
Rituelen
‘In de ochtend zet ik mijn computer aan en lees ik drie á vier mappen door met alle informatie over de partijen en vergaderingen van die dag en diverse rapporten. Daarna, als ik helemaal bij ben, is de map Post en Lopende Zaken aan de beurt. Als dat klaar is gaat het terug naar mijn assistente. Normaal gesproken zijn het maar een paar stapeltjes die op mijn bureau liggen, maar regelmatig komt ?er veel voorbij.
Elke ochtend loop ik ook een rondje door het hotel. Ik groet iedereen en tegelijkertijd kijk ik hoe het hotel erbij staat. ’s Middags doe ik dat nog een keer. Niet alleen de zakelijke klanten, maar ook vakantiegangers die vaker komen, schud ik graag zelf even de hand. En niet te vergeten de Curaçaoënaars die wekelijks komen lunchen of dineren, of gewoon gezellig een kopje koffie drinken…’
Foto’s
Naast het beeldscherm staat een foto van zijn dochter. ‘Toen was ze nog maar zes weken oud, nu inmiddels alweer acht maanden.’ Op de kast staan twee foto’s: één van de familie Møller met Paul in het midden, letterlijk opgenomen in de familie, en uiteraard één van de Koningin.
Als een vis in het water...
Het meest opvallende in zijn kamer is toch wel het beeld van de rode vis. Je kan er niet om heen, met zijn grappige ogen en voelsprieten. ‘Het verhaal erachter is nog grappiger! Ik kreeg hem van mijn vrouw toen ik hier net begon. De airco deed het niet optimaal, dus als ik naar lucht moest happen, kon ik naar de vis kijken, adviseerde ze. Daarbij was ik volgens haar op deze plek als een vis in het water. Een dubbele betekenis dus.’
Tekst > Mirjam Boers