Smaakmakers of praatjesmakers?

Een nieuwe generatie werknemers heeft de arbeidsmarkt betreden. Deze groep ‘millenials’ of Generatie Y, geboren na 1978, zou de werkvloer ingrijpend kunnen veranderen. Snel, assertief, idealistisch, high-tech, interactief en resultaatgericht – dat zijn volgens experts de belangrijkste generaliseerbare kenmerken. Zij zien een generatie van netwerkers met een sterk zelfbewustzijn en een overtuigende presentatie.

Inmiddels is wereldwijd training beschikbaar voor managers die de nieuwe garde moeten leren begrijpen en aansturen. Ook worden commerciële trainingen aangeboden om door inzet van de nieuwe generatie ‘gegarandeerd’ de omzet te vergroten. Natuurlijk zijn er andere geluiden: een HR-deskundige die in zijn column verklaart dat hij aan het einde van een dag luisteren naar de verwende ?jonge arbeidskrachten deze het liefst had willen wurgen, of een voormalige hippie die over deze generatie precies hetzelfde hoort beweren als 35 jaar geleden over hemzelf… Is er iets nieuws onder de zon? Coaching plaatst de verschillende aspecten in de Curaçaose context en vraagt experts naar hun ervaring en verwachting.

Opmars op de Curaçaose werkvloer
In de meest recente bevolkingsstatistieken van 2001 maakte Generatie Y op Curacao circa 9% van de beroepsbevolking, en 7% van de werkzame bevolking uit. Wanneer we de gegevens uit 2001 grofweg doorrekenen zou anno 2009 Generatie Y circa 16% van de beroepsbevolking innemen en komt het aandeel werkzame Generatie Y-ers uit op circa 13%. Let wel, hierin zijn geen relevante trends (onderwijs, migratie en werkloosheid) meegenomen, waardoor dit een globale inschatting blijft. Het beeld is echter duidelijk: generatie Y is uit de marge aan het komen en is een factor ?geworden op de Curaçaose werkvloer. In de komende achttien jaar zullen de Babyboomers – nu nog goed voor circa 42% van de arbeidsbevolking – de arbeidsmarkt verlaten en het roer volledig overgeven aan de generaties X (inmiddels 50+),  Y (in 2027 30- en 40-ers) en de jonge generatie Z (geboren na 1998)  (zie overzicht onderaan).

Slimmer, sneller, socialer?
Over de mogelijke impact van Generatie Y op de samenleving in het algemeen en de werkvloer in het bijzonder, is wereldwijd enorm veel gepubliceerd. De observaties en meningen zijn zeer verdeeld, maar de controverses zijn universeel. De belangrijkste controverse rond deze nieuwe generatie draait om de inschatting van hun capaciteiten. In Nederland laaide die discussie op na het verschijnen van het boek Generatie Einstein van Jeroen Boschma en Inez Groen (2006), beiden werkzaam bij Communicatiebureau Keesie. Het boek kreeg de ondertitel mee ‘slimmer, sneller en socialer’ en zoals deze al doet vermoeden zijn de auteurs laaiend enthousiast over de nieuwelingen en hun potentiële bijdrage aan de samenleving. Boschma en Groen baseren hun publicatie op eigen observaties. Dit levert prachtige anekdotes op die de oudere generatie hard confronteert met hun klaarblijkelijk relatief beperkte creativiteit, durf, actiegerichtheid en mondigheid. Zij laten zien dat de jongeren, door op te groeien in de informatiemaatschappij, een manier van informatieverwerking hebben die meer overeenkomst vertoont met het creatief en multidisciplinair denken van Albert Einstein dan met het rationeel, logisch en lineair denken waar de eerdere generaties in ontwikkeld en opgeleid zijn.

Kloof tussen indruk maken en waarmaken
Maar zijn ze dan echt slimmer? Naar aanleiding van diezelfde discussie over de capaciteiten van Generatie Y werd aan King’s College in Londen in 2008 onderzoek gedaan met als doel om testuitslagen van een omvangrijk intelligentieonderzoek uit 1976 te kunnen vergelijken met de uitslagen van een identieke test uitgevoerd door 800 jongeren behorend tot Generatie Y. Het resultaat: waar in 1976 nog 4 van de 10 jongeren een topscore behaalde voor de zogenoemde pedulum test, was dat nog maar 1 op 10 in 2008. Bij het wiskundige onderdeel scoorde in 1976 nog 1 op 5 studenten hoog, tegen 1 op 20 in 2008. De Britse onderzoekers zien vooral in het loslaten van traditionele onderwijsvormen en het introduceren van meer experimentele, projectmatige onderwijsmethodes, de belangrijkste reden voor het achteruitgaan van de prestaties. In de ?Nederlandse situatie zien we in dit verband met name aandacht voor een gerelateerd actueel probleem, namelijk schooluitval en een gebrekkige aansluiting van jongeren op de ?arbeidsmarkt. Veel ervaringsdeskundigen in Nederland waarschuwen dat jongeren zich niet waarmaken vanwege vooral een laag kennisniveau. Een waarschuwing die de auteurs van Generatie Einstein zelf overigens gedeeltelijk onderschrijven. Zij zien ook dat de dadendrang van de jongeren nog niet altijd omgezet kan worden in succesvolle activiteiten.

Het jonge brein is altijd anders
Een vraag die in het achterhoofd blijft spelen is, in welke mate deze observaties nu echt uniek zijn voor deze generatie. Interessant in dit verband is het internationaal erkende werk van Eveline Crone, hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Zij is >>?gespecialiseerd in het brein van pubers en adolescenten en laat zien dat veel gedrag van jongeren tot circa 25 jaar terug te voeren is naar de ‘rijpheid’ van het brein. Het fenomeen van een jongere die uitermate goed is in strategische spelen, of het fenomeen van een jongere die zich veel slimmer en wijzer voordoet dan hij waar kan maken, horen dus gewoon bij de ontwikkelingsfase van het brein. Veel van wat de oudere generatie ziet in de jongere generatie – snel sociaal gedrag, zelfoverschatting – kun je zien als iets van alle tijden. In zoverre ?is er niets nieuws onder de zon. Maar het feit dat het jonge brein, met zijn specifieke eigenschappen en beperkingen, zich bij deze generatie heeft ontwikkeld in de jaren ’90, met ?internet en economische voorspoed als constante, dát maakt deze generatie zo anders.

Generation Me!
Een tweede aspect van controverse rond ?Generatie Y hangt samen met juist die specifieke context waarin de generatie is opgegroeid. Een veelgehoorde vraag is namelijk: kan Generatie Y de huidige recessie wel aan? ?En toegespitst op alledaagse situaties op de werkvloer: kan de generatie wel omgaan met ‘nee’ of met beperkingen? Weet zij hoe het is om te budgetteren, of om iets de doen waar je zelf niet in gelooft, maar wat nu eenmaal het beleid is, of de opdracht? Zij is tenslotte groot geworden in een tijd dat alles mogelijk was, dat individuele keuzes gemaakt konden worden met relatief weinig beperkingen. Niet voor niets is een veelgehoorde bijnaam van deze groep ‘Generation Me’ – en dat is niet positief bedoeld.

Nieuw paradigma
Hier lijkt het toch van belang om beter te kijken naar de manier waarop de jonge generatie in het leven staat. Hoe maken zij hun keuzes, wat is belangrijk, waar laten ze zich door beïnvloeden? De negatieve beoordeling van Generatie Y lijkt namelijk meer te zeggen over degenen die de uitspraken doen dan over de jongeren. Zij beoordelen de jongeren vanuit hun eigen paradigma, terwijl diverse studies aantonen dat er bij de nieuwe generatie echt een wezenlijke paradigmaverandering heeft plaatsgevonden.
Een studie van het Amerikaanse Resource ?Interactive (www.resource.com) uit 2006 laat bijvoorbeeld duidelijk zien dat het koop- (of: keuze-) gedrag van de jongeren een volkomen nieuw patroon heeft. Het traditionele koop-patroon is een fuik die breed begint met een prikkel en zich langzaam via oriëntatie en ?selectie verengt tot het moment van keuze. Marketing en andere vormen van beïnvloeding zijn traditioneel op dit patroon toegespitst. ?De jonge generatie is echter niet bezig met het stapsgewijs doen van een verantwoorde selectie, maar acteert en reageert als onderdeel van een netwerk waarin de mening van peers de grootste betekenis heeft. De koop is niet het eindstadium van een selectie, maar onderdeel van een proces waarin de jongere een betrokkenheid heeft ontwikkeld bij het product of het merk. Ook na de keuze is sprake van ?betrokkenheid: de jongere is actief op internet om eigen bevindingen te delen. Wat we hierin zien is dat de jongere weliswaar individueel heel zelfbewust opereert, maar dat hij wel degelijk een sociale en kritische instelling heeft.

Flexibel en onafhankelijk ?op de arbeidsmarkt
Deze houding zien we ook terug op de arbeidsmarkt. De jongere richt zich minder op het ?selecteren en verwerven van een ingekaderde carrière, maar opereert flexibel en onafhankelijk. Het makkelijk veranderen van baan (job hoppen) of freelancen past hier prima in. Dat wil echter niet zeggen dat de jongere zich niet betrokken voelt bij zijn werkgever of puur vanuit eigenbelang opereert. Ook Brits, Australisch en Nederlands arbeidsmarktonderzoek laten zien dat het arbeidsparadigma veranderd is, met zowel sterke als zwakke kanten. Sterk is het vermogen om daadkrachtig te reageren op nieuwe omstandigheden. Geld is niet altijd de belangrijkste drijfveer, en de jongere heeft een groot talent om te multi-tasken. Wat zwakker is het vermogen om in een bestaande structuur te opereren. Eigenzinnigheid en onafhankelijkheid worden door oudere generaties makkelijk bestempeld als arrogantie, zeker als van weinig kennis of ervaring sprake is. Een botsing op de werkvloer ligt voor de hand.

Andere aansturing noodzakelijk
Organisaties kunnen veel profijt hebben van de specifieke talenten en eigenschappen van de jonge generatie, maar managers zouden meer moeten investeren in het begeleiden van de verschillende generaties, het helder stellen van verwachtingen en in het bieden van coaching die past in de belevingswereld van de jongere generatie. Feitelijk, zo wordt ook wel betoogd, is dit niets meer of minder dan een diversiteitkwestie, die dezelfde aanpak vraagt als alle andere vormen van diversiteit: bewustzijn, adequate communicatie en het slim combineren van sterke eigenschappen binnen een team.

Is Curaçao anders?
Voor een aantal van de aspecten die in dit artikel naar voren zijn gekomen lijkt de situatie op Curaçao op het eerste gezicht toch wat anders. In West-Europa en de Verenigde Staten zijn flexibel werken verder tot ontwikkeling gekomen dan op Curaçao, waar de arbeidsmarkt en werkcultuur nog vrij traditioneel zijn. Toch zien we ook hier dat het aandeel vaste arbeidscontracten daalt. Het CBS rapporteerde in juni 2009 een  voorzichtige flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ook het brede en ?intensieve gebruik van internet is op Curaçao nog in opkomst. Maar het afgelopen jaar kende een explosie in het gebruik van sociale netwerken zoals Facebook (zie ook het artikel in de vorige editie). Laat Generatie Y hier van zich horen?

Enkele experts aan het woord
Franco Diaz, directeur van consultancy bureau BearingPoint op Curaçao, werkt dagelijks met de nieuwe generatie en ziet inderdaad een verschil. ‘In de eerste plaats zie ik heel duidelijk ?dat de jonge generatie veel eerder ongeduldig wordt. Ze willen steeds nieuwe uitdagingen en snel progressie zien, en zijn gauw teleurgesteld wanneer ze deze niet aangeboden krijgen. Ze komen het bedrijf toch al niet binnen met het idee van  life-long employment.’
In de dagelijkse aansturing zijn de jongeren ook wezenlijk anders. ‘De sociale omgangsvormen die door internet mogelijk zijn – snel persoonlijk contact, korte lijnen met iedereen – zetten de norm voor de omgangsvormen op de werkvloer. Op verzoek van de jongste werknemers zijn bij ons binnen enkele werkruimtes de cubicles verdwenen en zijn makkelijke zithoeken gecreëerd, ook wel agile workplaces genoemd. Hierdoor vindt communicatie informeel plaats op het moment dat het nodig is. Net als op internet.’

Gert Schaap en Wim Kamps zijn respectievelijk als programmamanager en docent Engels verbonden aan de Algemene Faculteit van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Zij werken beiden al enkele decennia in het onderwijs en zijn wat minder overtuigd. ‘In de eerste plaats geloof ik niet zo in het inkaderen van generaties’ zegt Schaap. ‘Ik zie natuurlijk jongeren die precies in het plaatje passen, maar minstens net zoveel die dat helemaal niet doen.’ Ook delen zij gemengde gevoelens over de invloed van internet. ‘We zien inderdaad veel gebruik van de laptop, allerlei internettoepassingen die veelal tegelijk openstaan. Maar het lijkt – en dan kijken wij vanuit een onderwijsbril – toch wat oppervlakkig allemaal.‘ Kamps en Schaap delen in dat opzicht de zorg over de algemene ontwikkeling en het kennisniveau van de jonge generatie.  Maar ze zien ook de kansen die er zijn, en de verantwoordelijkheid om deze op te pakken. ‘Het is natuurlijk flauw om een kennisachterstand de generatie aan te rekenen. We hebben zelf het onderwijs ingrijpend veranderd, en dit is een resultaat. Het helpt niet om nu te spreken over een nieuwe generatie die anders is. We hebben daarin allemaal een verantwoordelijkheid. En dat we daar wat aan moeten doen, dat is wel duidelijk.’

Wat verandert er nu echt?
Het laatste woord over Generatie Y is nog niet geschreven. Internet heeft een enorme invloed op het leven van iedereen, en de introductie op de werkvloer van een generatie die niet ?anders gewend is dan de aanwezigheid van internet, maakt dat op een confronterende wijze duidelijk voor iedereen. Maar zegt dat echt iets over deze groep jongeren? Onderzoekers en lokale experts zijn het daarover helemaal niet met elkaar eens, maar toch is er iets generieks in hun observaties. Deze generatie communiceert. Zij kiest en spreekt zich uit. Ze beweegt in een grotere wereld, in elk geval virtueel. Voor sommige leidinggevenden zal dat behoorlijk wennen zijn, anderen zullen opgelucht adem halen en blij zijn met de impuls. Maar we moeten er wel iets mee, zoveel is wel duidelijk.
Nu zijn generatieverschillen van alle tijden. Het denken in diversiteit kan helpen om op een positieve manier om te gaan met verschillen. Kijk als manager naar verschillen in achtergrond, talent, ervaring, persoonlijkheid, communicatiestijl en tempo. Probeer met gemengde teams te werken waarin de teamleden elkaar aanvullen en versterken. En als iemand een extra prikkel nodig heeft, speel daar op in. Generatie X, Y of Z… het label doet er eigenlijk niet toe. De openheid, creativiteit en flexibiliteit van de manager: die maakt het verschil.

Generaties: studie en definities
Toonaangevend zijn de Amerikaanse studies van William Strauss en Neil Howe. Hun werk ?is methodologisch sterk onderbouwd, maar ook omstreden. Zij gebruiken consequent de naam Millenials in plaats van Generatie Y en rekenen tot deze generatie vanaf geboortejaar 1982, terwijl een meerderheid van bronnen uitgaat van 1979 en de term Generatie Y hanteert. Deze discussie kan volledig teruggelezen worden op Wikipedia (Engelstalig). Voor zeer uitvoerige achtergronden en de methodologie van Strauss en Howe zie de website van Neil Howe: www.lifecourse.com. In dit artikel en bij de berekening van de gegevens voor Curaçao is uitgegaan van de meest voorkomende indeling:

Traditionals  of ‘Silent Generation’
1925 - 1942

Babyboomers
1943 - 1962

Generatie X
1963 - 1978

Generatie Y of ‘Millenials’
1979 – 1998

Generatie Z
vanaf 1998

Tekst  >  Margo Groenewoud

Web design by BKCC, Web development by Dragonfly Media Curacao