Elk jaar worden overheid, bedrijfsleven en werknemers geconfronteerd met het prijsindexcijfer. Voor de meeste mensen is het cijfer van belang omdat op basis hiervan salarissen en tarieven worden aangepast. Coaching vroeg zich af waar dit cijfer nu eigenlijk vandaan komt, en ging langs bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is verantwoordelijk voor de berekening van enkele belangrijke kengetallen, waaronder de consumentenprijsindex (CPI). De CPI geeft aan wat de gemiddelde stijging of daling van de kosten van levensonderhoud voor de consument in een bepaalde periode is geweest. Het CBS berekent dit voor drie van de eilanden van de Nederlandse Antillen, te weten Curaçao, Bonaire en St. Maarten. De twee andere eilanden hebben een te kleine economie en worden vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
Soorten CPI’s en hun betekenis
Het CBS berekent de CPI op maandelijkse en jaarlijkse basis. De jaar-CPI is het gemiddelde van de twaalf maand-CPI’s van het betreffende kalenderjaar. De maand-CPI is slechts een momentopname en daardoor op zichzelf minder betekenisvol.
Elk jaar wordt de CPI van december van dat jaar vergeleken met die van december van het voorgaande jaar. Zo wordt de inflatie van dat kalenderjaar vastgesteld. Op basis hiervan vindt de indexering plaats van bijvoorbeeld CAO’s, lonen, pensioenen, uitkeringen, verzekeringen en (huur)contracten. De jaar-CPI geeft als gemiddelde een reflectie van de langetermijninflatie, en is daarmee een goed instrument voor het maken van prognoses.
Inflatie en deflatie
Aan het eind van elk kalenderjaar publiceert het CBS de CPI over het afgelopen jaar. Hiermee wordt de inflatie of deflatie vastgesteld. Inflatie is een waardevermindering van geld die ontstaat door prijsstijgingen, deflatie een waardevermeerdering. Bij inflatie is sprake van een daling van de koopkracht. Bij deflatie neemt de koopkracht toe. Waar het bij deze begrippen om draait is dus de vraag: kun je voor hetzelfde geld meer of minder goederen en diensten kopen?
Negen consumptie-categorieën
Het CBS hanteert bij het berekenen van de CPI een ‘consumptiemand’ van negen categorieën van producten en diensten die door de gemiddelde consument maandelijks worden afgenomen. Dat zijn:
- voeding
- transport en communicatie
- wonen
- kleding en schoeisel
- dranken en rookwaren
- recreatie, ontwikkeling en educatie
- woninginrichting en huisraad
- gezondheidszorg
- ‘overig’
De CPI is dus opgebouwd uit de prijsontwikkelingen van deze negen categorieën. In de tabellen op de CBS-website zijn alle details van de prijsontwikkelingen te vinden. Over een geheel jaar genomen kun je per categorie kijken hoe de prijzen van de diverse producten en diensten zich hebben ontwikkeld. Zo valt bijvoorbeeld op dat het prijsindexcijfer van water in 2009 met 24,9% is gedaald.
CPI als instrument voor verantwoorde economische beslissingen, beleid en reële economische groei
In een economisch klimaat waarin goederen en diensten sterk in prijs stijgen of dalen, hebben consumenten en bedrijven vaak geen houvast meer om verantwoorde economische beslissingen te nemen. Een stabiel prijsniveau is daarom soms wenselijk. Dat maakt het vergelijken van prijzen en het vooruit plannen makkelijker, waardoor consumenten en investeerders meer zekerheid en vertrouwen krijgen. Prijsstabiliteit kan in deze situaties bijdragen aan een duurzame economische groei.
De CPI is een instrument om onder andere de inflatie, de indexering van salarissen en de reële economische groei te berekenen en om daarop beleid te baseren. Voor overheden en bedrijven is het prijsindexcijfer dus erg belangrijk, omdat met het bijstellen van de inflatie door indexering van salarissen de koopkracht wordt gestimuleerd. Als ondernemer kun je zorgen dat de consument blijft kopen door de prijzen van je producten te verlagen en daarmee de omzet hoog te houden.
De reële economische groei wordt berekend door van het nominale Bruto Binnenlands Product [BBP] - ook wel genoemd Gross Domestic Product [GDP], oftewel de waarde van hoeveel we in totaal ‘produceren’1 - het inflatiecijfer af te trekken. De uitkomst is de reële GDP of de reële BBP, zijnde de werkelijke groei van de economie.
Twee praktijkvoorbeelden
Internationale ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op ons eiland, waar we bijna alle producten importeren. Dat was bijvoorbeeld duidelijk merkbaar in 2008, toen de wereldcrisis zijn weerslag had op de olieprijzen en er wereldwijd grote schaarste aan diverse (voedings)producten ontstond. Curaçao telde toen een record-inflatie van 6,9%. De indexering die ambtenaren kregen op hun salaris bedroeg in 2009 maar liefst 3,8%.
Bepaling van indexering van salarissen door de overheid vindt plaats na afloop van een peiljaar. De inflatie daalde in 2009 naar 1,8%, wat dicht bij het normale gemiddelde van 2 à 3% ligt. Voor 2010 kwam aan de hand van de berekening van de overheid de indexering van de ambtenarensalarissen uit op circa 2,5% als (gedeeltelijke) compensatie van de inflatie over het afgelopen jaar.
Tekst > Corinne Leysner
Met dank aan Solange Bomberg, CBS
CBS publiceert ondermeer op de website www.cbs.an de CPI-cijfers, die zijn gebaseerd op gedegen anonieme prijswaarnemingen in het veld. De cijfers van het CBS maken het ook mogelijk om vergelijkingen te trekken tussen de drie eilanden waar het CBS onderzoek verricht.