





Loopbaan onder de loep - De loopbaan van Alba Maria Teresa Martijn is boeiend en de ombudsman van Curaçao heeft nog ambities te over. Coaching vroeg haar naar de stappen die zij maakte, de waarden die haar dreven, de teleurstellingen die zij verwerkte en de lessen die zij leerde. Portret van een professional die tegenslagen steeds omboog naar kansen en haar doel nooit uit het oog verloor.
De Droom - Waar droomde u van toen U klein was?
‘Op school blonk ik uit en ik wilde onderwijzeres worden. Ik heb altijd iets gehad met kennis overdragen. Als klein meisje zette ik mijn poppen voor mijn neus om ze zaken duidelijk te maken. Later – ik was nog heel jong - wist ik dat ik rechten ging studeren in Nederland, en aan die droom heb ik vastgehouden. Maar het liep allemaal anders.’
De Tegenslag - Welke obstakels overwon u tijdens uw studietijd?
‘Ik zou naar de HBS gaan en daarna rechten studeren in Leiden. Net voor het toelatingsexamen voor de middelbare school kreeg ik een zwaar ongeluk. Kort hierna overleed mijn moeder. Hierdoor was ik maanden uit de roulatie. Mijn vader besloot toen om mij op de MULO te plaatsen. Daarna deed ik Havo en VWO. ‘Waarom wordt je niet verkoopster, zoals de dochters van mijn collega’s bij de douane’, vroeg mijn vader herhaaldelijk. Ik was vastberaden. Geen haar op mijn hoofd, dacht ik. Ik kom uit een eenvoudig gezin. Vóór mij heeft niemand in de familie een universitaire opleiding gevolgd. Met de oprichting van de Rechtshogeschool (later de Universiteit van de Nederlandse Antillen) op Curaçao was Nederland tot mijn spijt geen optie meer. Ik heb mijn rechtenstudie op de UNA in 1982 afgemaakt en ben als jurist in dienst getreden van het Eilandgebied Curaçao.’
De Start - Wat blijft u het meest bij van uw eerste baan?
‘Procesvoering vond ik fantastisch. In mijn eerste baan deed ik dat volop. Je bent jong en je wilt winnen. Dat was een grote drive. Ik procedeerde voor de overheid op allerlei gebied, terwijl er een heel (diensten)apparaat achter mij stond. Mij zag je nooit met een mond vol tanden. Ik nam altijd diensthoofden en deskundigen mee naar het gerecht. Veel jonge hoogopgeleide ambtenaren uit die tijd kom ik nu als ombudsman weer tegen. Dat contact loopt vlot. Ik ken de andere kant. Ik begrijp de overheid en verwacht ook geen wonderen. Maar ik zoek naar een modus om de informatie te krijgen die ik nodig heb om oplossingen te vinden voor terechte klachten. Pragmatisme past bij mij.’
De Uitstap - Waarom zette u de stap naar het bedrijfsleven?
‘Toen ik bij de overheid werkte kreeg ik het gevoel dat ik iets miste als ik nooit in het bedrijfsleven had gewerkt. Over ambtenaren bestaat een negatief beeld, en ik dacht toen ook dat in het bedrijfsleven alles beter, professioneler, gevarieerder en flitsender zou zijn. Uit nieuwsgierigheid waagde ik de stap naar de Maduro & Curiel’s Bank. Maar de bankwereld was voor mij lang niet zo veelzijdig als een centrale dienst van de Landsregering. In mijn vorige baan bij een overheidsdienst was veel meer dynamiek! Ik heb altijd genoten van het brede werkveld (vakbonden, gerecht, het personeelsbeleid van alle landsdiensten, interactie met Nederlandse collega’s en het Antillenhuis) en de (internationale) contacten.’
De Koers - Welke rol speelde toeval in uw loopbaan?
‘Veel van mijn loopbaanstappen zijn door toeval gezet, maar ik heb er altijd wel het beste van gemaakt. Al van jongs af aan moest en zou ik rechten studeren en eigenlijk heb ik er nooit bij stilgestaan dat ik ook iets anders had kunnen doen. Mijn moeders overlijden heeft een enorme impact op mijn leven gehad. Haar vroege dood heeft in zekere zin mijn loopbaan medebepaald. Al mijn banen hadden plus- en minpunten en iedere stap heeft zijn nut gehad. Samen hebben ze mij gebracht tot mijn huidige functie en gevormd tot de professional die ik nu ben. In het begin was ik vooral bezig met procederen. Later kreeg ik meer afdelingen onder mij en hield ik me ook bezig met bedrijfsvoering en management. Ik heb veel loopbaanstappen zelf gezet omdat ik iets anders wilde en ook verder wilde als er geen kansen meer waren voor mij. Soms werd ik ook, door (dreigend) ontslag of opheffing van de organisatie waar ik op dat moment werkte, gedwongen om verder te kijken. Mijn drijfveer was altijd het recht.’
De Inspiratiebron - Wie waren uw mentoren en rolmodellen?
‘Mijn moeder heb ik maar kort gekend, maar zij heeft een grote invloed op mijn leven gehad. Tijdens mijn studie kon ik altijd met vragen terecht bij wijlen mr. Carlos Dip, een bekende jurist die veel lokale studenten inspireerde. Nu zijn vakmensen als dr. Rudsel Martha, oud-minister van Justitie, en mr. Lisbeth Hoefdraad, nu president van het Hof, belangrijke rolmodellen voor mij. Wat ik in hen bewonder zijn hun gedegenheid, precisie en zorgvuldige voorbereiding van elk dossier. Een van de wijste adviezen in mijn (juridische) carričre kwam van Hoefdraad. “Ga naar het archief en naar meneer Wever (een archivaris)”, zei zij. “De problemen en klachten die we als Overheid krijgen zijn bijna nooit nieuw. Zorg dat je niet steeds het wiel blijft uitvinden, maar duik in het archief.” Die raad heb ik ter harte genomen en is me altijd goed van pas gekomen.’
De Balans - Hoe hebt u uw werk met uw alleenstaande ouderschap gecombineerd?
‘Na mijn scheiding ben ik een tijd behoorlijk boos en aangeslagen geweest. Die stress maakt mij als moeder negatief. Maar uit mijn geloof putte ik kracht. Ik wilde het persé goed doen voor mijn dochter. Als alleenstaande moeder en professional heb ik gesteund op live–ins en mijn ex man nam ook zijn verantwoordelijkheid. Ik deed heel bewust aan quality time. Door de week was ik hard aan het werk, maar de weekends waren voor mijn dochter. Toen zij jong was heb ik gekozen: ik investeer in mijn werk én in mijn dochter. Er was toen geen plek voor een nieuwe (vaste) partner. Ze studeert nu criminologie in Nederland en ik ben heel trots op haar.’
De Klap - Wat was uw moeilijkste functie en waarom?
‘Mijn tijd als Hoofd van het Centraal Bureau voor Personeelszaken (CBPZ) van het Land was zwaar. Ik was veeleisend en wilde snel resultaat. Onze afdeling was het pispaaltje van de Overheid. We kampten met enorme achterstanden. Ik wilde laten zien dat het anders kon. Onze werkdruk was enorm en de bezetting veel te krap. Jaarlijks kregen wij 10.000 stukken te verwerken naast alle vergaderingen en besprekingen met ministers, vakbonden, waar je altijd voor opgeroepen kon worden. Ik ben klachten gaan inventariseren en heb ons werk in kaart gebracht. Daarna heb ik geprobeerd werk te delegeren en terug te leggen bij de diensten. De in kaart gebrachte managementinformatie en cijfers werden tegen mij gebruikt. Ik zou de geërfde achterstand niet snel genoeg hebben weggewerkt. In die tijd stond ik onder grote druk en zette ik op mijn beurt mijn personeel ook onder druk. Ik was gespannen, stond niet open voor de behoeften en problemen van mijn eigen personeel. Daarbij kampte ik zelf met een baas die al mijn verbeterplannen dwarsboomde en een eigen agenda had. Het was een harde confrontatie met mijn gebrek aan managementskills. Een zeer moeilijke tijd.’
De Spiegel - Wat was in uw carričre uw hardste les?
‘Die tijd was voor mij een spiegel. Ik was meer juridisch specialist dan manager. Ik wilde vooral mijn eigen inhoudelijke doelen bereiken, maar nam mijn mensen daar onvoldoende in mee. In die tijd heb ik veel klappen gehad en lessen geleerd. Nu ben ik als manager wijzer en rijper. Ik heb meer empathie en begrip voor mijn eigen mensen en voor de burgers die ons hun klachten toevertrouwen. Ik probeer nu leiding te geven met respect en openheid. Ouder worden vind ik een boeiend proces, zeker voor je persoonlijke en professionele ontwikkeling. Werk en leven louteren je als mens. Zonder de ervaring bij CBPZ was ik niet geworden wie ik nu ben. Ik was individualistisch en gedreven, maar ik had oogkleppen op. Ik zag niet hoe ik anderen raakte. Nu heb ik meer oog voor de wensen en behoeften van anderen. Ik werk veel meer samen. In vergelijking met mijn eerdere functies voel ik me completer en toleranter dan vroeger. Dat is een duidelijke professionele ontwikkeling geweest.’
De Ambitie - Wat ambieert u als ombudsman van Curaçao?
‘Iedere ombudsman heeft een eigen stijl. Voor mij zijn draagvlak, samenwerking, begrip en verzoening belangrijke thema’s. Bij overheid čn burgers wil ik meer wederzijds begrip kweken. Daarom heb ik de hoorzitting geďntroduceerd, naar voorbeeld van de gemeente Amsterdam, maar aangepast aan onze lokale realiteit. Tot nu toe werkt dat goed. Diensthoofden en burgers zijn als het ware gedwongen om samen aan tafel te zitten en elkaars frustraties en dilemma’s aan te horen. Dat lucht burgers op. Ambtenaren zien tegelijkertijd hoe ingrijpend hun acties of gebrek aan acties voor burgers kunnen zijn.’
‘Aan de start van mijn carričre was ik erg gericht op procederen, gelijk krijgen en winnen. Ik verdedigde de overheid. Nu ben ik breder geworden. In mijn functie als ombudsman komt alles mooi samen. De contacten binnen de overheid, door mijn vroegere functies, komen me goed van pas. Het recht is nog steeds mijn drijvende kracht en nog steeds spring ik graag voor anderen in de bres. Maar ik kijk nu naar alle kanten van een zaak en probeer tot (duurzame) oplossingen en verbeteringen te komen. Waar mogelijk door middel van bemiddeling of interventie. Ik realiseer me dat mijn functie gevoelig is en dat ik altijd in de schijnwerpers sta, maar mijn spontaniteit probeer ik niet te verliezen.’
De Rode draad - Ziet u een bepaald patroon in uw loopbaan?
‘Voor je rechten opkomen en bescherming bieden, waren al in mijn jeugdjaren al belangrijke drijfveren. Die zaken hebben meer diepte en invulling gekregen door mijn loopbaanstappen. Toezicht en (juridische) bescherming lopen als rode draden door mijn carričre heen. Als procesgemachtigde heb ik ruim tien jaar lang zowel de belangen van het Eilandgebied, als van het Land, verdedigd. Als regeringsgemachtigde heb ik de landsregering vertegenwoordigd in het georganiseerde overleg van de ambtenarenvakbonden. Als raadsadviseur vervulde ik onder andere een toezichtfunctie op de Amerikaanse leiding van de strafgevangenis Bon Futuro en bekleedde ik de functie van secretaris van de Raad van Toezicht Fiduciair Bedrijf. Ik was altijd heel doelgericht en gedreven. Dat ben ik nog steeds. Maar ik heb nu ook meer oog voor de ambities en capaciteiten van anderen. Ik probeer mijn medewerkers zoveel mogelijk kansen te bieden om zich te ontwikkelen.’
De Aanrader - Wat adviseert u jonge mensen aan de start van hun loopbaan?
‘Kijk scherp naar jezelf en reflecteer op je eigen handelen. Wacht niet totdat je omgeving je een spiegel voorzet. Kijk om je heen, luister naar collega’s en vraag hoe je overkomt. Vraag jezelf steeds af: Wie ben ik? Waar sta ik in de organisatie? Welke toegevoegde waarde heeft mijn bijdrage aan het geheel? Hoe oordeel ik? Hoe bejegen ik anderen? Als je openstaat voor anderen krijg je zeker adviezen waar je in je loopbaan veel aan hebt.’
Reflecties van een loopbaancoach
Martin van den Blink, directeur van Balance Consultancy Group en gecertificeerd loopbaancoach, begeleidt graag lokale professionals, die op een kruispunt in hun loopbaan staan. Voor Coaching nam hij de loopbaan van Alba Martijn, de nieuwe ombudsvrouw van Curaçao, onder de loep en relateerde haar loopbaanstappen aan de loopbaanfases die professionals doorgaans doorlopen.
Van den Blink: ‘De stappen die je in je loopbaan zet, hangen nauw samen met de fase waarin je leven verkeert, blijkt uit onderzoek. Je levensfase beďnvloedt namelijk sterk je werkbehoeften en carričrewensen. De indeling per decennium is een handige en veelgebruikte ordening.’
1e loopbaanfase (20- 30 jaar) Zoeken naar uitdaging en dynamiek
Tussen hun twintigste en dertigste levensjaar hebben professionals behoefte aan dynamiek en uitdaging. Ze zijn fanatiek, willen veel leren en verkennen de grenzen van hun eigen talenten en mogelijkheden. Van den Blink: ‘Bij Martijn zie je dat fanatieke duidelijk terug. Als jonge advocate, die de overheid verdedigt, is ze gedreven en wil ze zoals ze zelf aangeeft ‘winnen’. Ze bloeit op door de afwisseling en dynamiek van het procederen. Martijn is niet bang en zelfs vastberaden om stappen te nemen en met haar stap van overheid naar bedrijfsleven onderzoekt ze duidelijk haar grenzen en mogelijkheden’.
2e loopbaanfase (30-40 jaar) Professionaliseren en verdiepen wat je doet
Tussen het dertigste en veertigste levensjaar ligt de focus op hard werken en professionaliseren. Specialiseren en verdiepen wat je doet. Met steeds grotere zelfstandigheid en verantwoordelijkheid geven professionals vorm aan hun ambities en eigen ontwikkeling. Van den Blink: ‘De sterke focus op ‘bescherming op basis van rechtvaardigheid’ door haar hele loopbaan, is bij Martijn een opvallend en krachtig thema. Die kracht komt helemaal tot zijn recht in deze professionaliseringsfase. De eigen drive tot ontwikkeling zorgt voor afwisselende loopbaanstappen. De andere kant van deze vastberadenheid, van willen winnen en scoren, onderkent zij ook: als manager heeft ze nog te weinig oog voor het motiveren en begeleiden van medewerkers vanuit hun eigen behoeften en mogelijkheden’.
3e loopbaanfase (40 en 50 jaar) Consolideren en balans zoeken
Tussen de leeftijd van veertig en vijftig jaar streven professionals naar consolidatie. Je bent goed in je vak en wilt dat te gelde maken. Daarnaast speelt de typische midlife-vraag ‘Is dit het nu?’ een rol en wordt de balans tussen privé en werk steeds belangrijker. Van den Blink: ‘Deze fase is niet eenvoudig voor Martijn. De ervaring met een leidinggevende die haar niet steunt en het werken onder hoge druk in een moeilijke politieke omgeving vallen zwaar. Toch komt zij, zoals zelf aangeeft, gelouterd uit de strijd en zorgt de stevige kritiek ervoor dat zij scherper naar zichzelf kijkt en een rijpere manager wordt. Daarbij zoekt zij bewust naar balans tussen de aandacht voor haar dochter en aandacht voor haar werk. In deze fase komen veel zaken samen en zorgen de professionele en persoonlijke ontwikkelingen van Martijn dat ze haar functies optimaal vervult. Als toekomstig ombudsvrouw krijgt haar sterke focus op rechtvaardigheid en bescherming een diepere invulling. Daarbij is zij er niet alleen op uit om te winnen en gelijk te krijgen, maar veel meer op duurzame verbetering en verzoening tussen alle partijen’.
4e loopbaanfase (50 en 60 jaar) Kennis overdragen en voorbeeldfuncties vervullen
Tussen het vijftigste en zestigste levensjaar jaar groeit de wens om kennis over te dragen en te geven, bijvoorbeeld door te publiceren, anderen te stimuleren en in hun carričre te begeleiden. Het is een fase van balans, bezinning en brede belangstelling voor mens en maatschappij. Van den Blink: ‘Martijn begint nu aan deze fase. Ze geeft aan dat het samenwerken met anderen en het benutten van de capaciteiten van haar team belangrijk zijn en dat ze daar bewust op inzet. Dat zal haar zeker voldoening schenken. Het ouder worden vindt ze ook professioneel een boeiend proces en nu haar dochter in Nederland studeert is er meer tijd voor een eigen leven en bredere persoonlijke ontwikkeling’.
Voor meer informatie zie ook het artikel ‘Loopbaancoaching voor doorgroeiers of vastlopers?’ dat Van den Blink voor de maarteditie 2008 van Coaching Magazine schreef.
Tekst > Maya Mathias
