





De Kustwacht, ooit opgericht om grootschalige drugsdoorvoer te bestrijden, bestaat inmiddels vijftien jaar. Met als meldingsnummer 913 wordt de organisatie steeds meer gezien als politie te water. Paul de Kloet koos na vijf jaar bij het Recherche Samenwerking Team (RST) voor een baan bij de Kustwacht. Hij werkt graag met mensen en wil investeren in een steeds betere operationele sturing op basis van informatie.
Sinds november 2010 geeft Paul leiding aan 55 mensen bij de Kustwacht op Curaçao. Het steunpuntgebouw staat in het midden van het Pareraterrein aan het water. Er wordt gewerkt in drie ploegen die elk een gezagvoerder hebben, aan wie het hoofd steunpunt dan weer elke ochtend een briefing geeft. ‘Bonaire wordt ook vanuit ons eiland bediend. Wij komen regelmatig op Bonaire en werken daar actief met de ketenpartners. Het merendeel van de drugs is afkomstig uit Colombia en komt hier via Venezuela. Door de walradar die een overzicht geeft van de wateren rondom de eilanden is er veel zichtbaar. Alle contacten op het water worden door de walradar waargenomen. Op de radar zien we precies waar een boot vandaan komt en naartoe gaat. Bij verdacht gedrag, zoals boten die contact zoeken met elkaar en vervolgens snel doorvaren, volgt er meteen een controle. Daarvoor gebruiken we de Super Rhib boten’, vertelt de oud-politieman. ‘Er is ook nog een Cutter. Daarop zijn permanent veertien man personeel en een commandant aanwezig. Dit schip kan langer op zee blijven en grotere afstanden afleggen.’
Rituelen
‘Koffie! Daar begint de dag mee. Vervolgens doe ik een ‘goedemorgen’ rondje door de gangen en bekijk ik mijn agenda. Aan de hand van mijn afspraken, weet ik welk pak ik aan moet: mijn werkpak of het nette pak’, legt De Kloet uit.
‘Dan volgt de ochtendbriefing met de gezagsvoerders; wat doen we vandaag, zijn er zieken, zijn er bijzonderheden gemeld? We bespreken de informatie van de laatste 24 uur. Niet alleen van Curaçao, maar ook van Aruba, Bonaire en St. Maarten.’
De valkuil van het vele vergaderen
Overvolle agenda’s en veel vergaderen zijn een enorme valkuilen, heeft De Kloet ondervonden. ‘Voor je het weet, word je erin meegetrokken en zit je de hele dag binnen. Elke ochtend houd ik een briefing met de technische dienst en de gezagvoerder van die dag. Vervolgens zit ik met het managementteam om tafel; de leidinggevenden van de dienst operatie, bedrijfsvoering en technische dienst. Daarnaast zijn er meerdere meetings, maar ik probeer het in de hand te houden. We draaien alle drie om de tien dagen piket. Dan ben je bereikbaar voor advies wanneer zich een incident voordoet en moet je eventueel ook naar het voorval toe. Naast mijn piket ben ik ook nog eens 24 uur per dag bereikbaar. Ik wil juist meedraaien op de werkvloer en de operationele zaken meemaken. Contact houden met mijn mensen en belangstelling voor ze hebben, vind ik van essentieel belang. Alleen dan kun je mensgericht werken, daar ben ik van overtuigd.’
Werkplek binnen: een bureau
Op de eerste verdieping van het Steunpuntgebouw bevindt zich de kamer van De Kloet. Aan de muur hangt een fleurig schilderij van het Kustwachtgebouw, gemaakt van kokos. Naast zijn computer staat een mooie foto van zijn dochter, inmiddels psychologie aan het studeren in Nederland. Op een kastje liggen veel herinneringen aan zijn politietijd in Den Haag. ‘Die foto heb ik zelf opgehangen: het is een pick-up van de strandpolitie waar ik stoer achterin sta. Dat was voor een artikel in het blad Actueel. We leken wel een soort Baywatch’, lacht Paul.
Werkplek buiten: de Super Rhib
De werkplek van een Hoofd Kustwacht Steunpunt bestaat niet alleen uit zijn bureau; Paul is ook regelmatig op de Super Rhib te vinden. De grijze supersnelle motorboten varen naar aanleiding van 913-meldingen en surveilleren op het water. De vier Rhibs beschikken over zes stoelen waarop je het gevoel krijgt dat je paardrijdt: voeten in de teugels, half staand en één hand vast aan de stoel ervoor. Het radarscherm staat in verbinding met de meldkamer die zich bevindt op Curaçao, maar ook dienst doet voor alle eilanden in het Koninkrijk. ‘Het zwemvest is een must, vertelt Paul. We klappen met 40 knopen, ongeveer 85 km per uur, over de golven. Daar waait je pet wel eens van af...’
Stukje herkenning
Een blauw straatbordje met het politielogo op de ‘O’ van Hoefkade prijkt aan de muur. ‘Hoefkade was het wijkbureau in de Schilderswijk in Den Haag waar ik werkte bij het politiekorps Haaglanden. Er is daar een grote Antilliaanse gemeenschap en ik werkte daar graag mee. Niet alleen in mijn uniformtijd, maar ook later toen ik bij de recherche zat. Misschien een stukje herkenning dat ik terugvond. Toen ik zes jaar was, ben ik namelijk met mijn ouders naar Curaçao verhuisd. Mijn vader werkte voor de BVD, de voorganger van de AIVD en werd uitgezonden naar Curaçao. Ik zat hier op de basisschool en heb een heerlijke tijd gehad. Na vijf jaar gingen we alweer terug, maar mijn jeugd is deels hier gevormd. En daar ben ik heel blij om.’
Tekst > Mirjam Boers