





‘Een eigen bedrijf hadden we in Amerika of Nederland waarschijnlijk niet gehad’, vertellen Jairo Duzant, eigenaar van sport- en wellness-centrum Atrium, en Marjorie Placencio, eigenaar van een commodity trading bedrijf. De jonge ondernemers remigreerden twee jaar geleden bewust naar Curaçao. In ‘Enkeltje Curaçao’, blikken zij terug op deze stap.
Lokale roots?
Duzant en Placencio zijn onafhankelijk van elkaar voor dit interview gevraagd, maar blijken elkaar nog van de lagere school te kennen. Hun levens vertonen opmerkelijke parallellen. Ze komen uit gewone gezinnen, waar hard wordt gewerkt. Waar Jairo uitblonk in sport, had Placencio een groot cijfertalent. Beiden studeerden in Amerika en ondernemen nu op Curaçao. Hun Curaçaose roots en hechte familiebanden vormden hen diep. Dat hun jonge kinderen nu op Curaçao opgroeien betekent veel voor hen.
Duzant: ‘Ik ben een echte Yu di Kòrsou. Mijn familie woont op Steenwijk en Marie Pompoen en is heel hecht. Mijn vader werd gedood tijdens een noodlottige roofoverval. Ik ben liefdevol door mijn oma’s opgevoed. De emotionele steun van mijn familie is belangrijk. De eerste maanden terug op Curaçao woonden wij met ons hele gezin bij mijn moeder in.’
Ook Placencio, die met haar vader samenwerkt, heeft een intense familieband. Zij emigreerde op vierjarige leeftijd met haar ouders en broers uit Chili naar Curaçao. Als een van de weinige Latino’s had zij het op school niet altijd makkelijk. Placencio: ‘Ik kreeg vaak te horen dat mensen uit Latijns-Amerika hoerig waren of dom. Het maakte me defensief, maar ook heel sterk. Ik spreek vier talen en ben trots op mijn Latino roots, maar mijn geschiedenis en leven liggen op Curaçao.’
Buitenlandse studie ?
Waar Placencio hoge schoolcijfers haalde, was Duzant, naar eigen zeggen, geen studiebol. Duzant: ‘Sport interesseerde me veel meer. Op voetbalclub Willemstad riepen ze “Je loopt sneller dan de bal, is atletiek niets voor jou?”. Vanwege de leuke meisjes ben ik op atletiek gegaan. Na een jaar won ik zilver in de World Junior Championship. Wereldwijd liepen er maar vijf jongeren harder dan ik!’
Placencio: ‘Mijn ouders zochten als gedreven emigranten een betere toekomst op Curaçao. Mijn vader riep altijd: ‘Het enige dat ik je kan geven is een studie. Ze kunnen alles van je wegnemen, behalve wat in je hoofd zit. Met een studie kun je altijd ergens opnieuw beginnen. Nu ik gescheiden ben, ben ik dankbaar dat ik heb gestudeerd. Ik geniet van mijn financiële onafhankelijkheid!’
Duzant vertrok als getalenteerde sporter met een full scholarship naar Texas. Placencio’s ouders financierden haar Amerikaanse studie zelf. Beide jongeren werkten keihard aan hun ‘American dream’. Placencio: ‘Voor mij zijn echt offers gebracht. Mijn vader had een groot stuk landbouwgrond achter het UNA-terrein. Mijn studie is met papaja’s en tomaten betaald.’
Studeren in het Engels was voor beiden behoorlijk wennen. Duzant: ‘Feitelijk rooi je het alleen; je wordt er heel zelfstandig van. Sporten op topniveau in Amerika betekent goed presteren op school. Gelukkig zijn sport en studieprogramma’s goed geïntegreerd. Op Curaçao maakte ik mijn technische opleiding niet af. In Amerika haalde ik mijn bachelors degree in Algemene Bewegingsleer.’
Placencio: ‘De leerstijl en studiementaliteit in Amerika en Curaçao verschillen hemelsbreed. Hier ben je met een zeven tevreden. In Amerika gaat iedereen voor een tien. Op Curaçao leerde ik stampen en kennis reproduceren tijdens tentamens. In Amerika moest ik opeens essays schrijven van duizenden woorden, debatteren en aangeven wat ik ergens van vond. Dat was een schok. Nu ik scripties op de UNA begeleid, mis ik bij de studenten vaak de motivatie en gedrevenheid die je bij Amerikaanse studenten ziet.’
Amerikaanse droom?
Wonen in de States is een enorme ervaring geweest. Duzant en Placencio hebben naast hun studie altijd gewerkt en Duzant reisde voor zijn sportcarrière zelfs de hele wereld af. Beiden missen de snelheid, efficiëntie en klantgerichtheid van de States en de goedgeregelde 24-uurs-economie. Wat niet meeviel was de grote kloof tussen de bevolkingsgroepen.
Duzant: ‘Relaties tussen blank en zwart zijn veel meer beladen dan hier. Als extraverte Curaçaoënaar maakte ik snel vrienden en werd ik gelukkig snel geaccepteerd.’ Placencio: ‘Ik had een Ierse room mate en werd meteen voor ‘West Indian’ aangezien, omdat ik hield van carnaval en Caribische muziek. Je krijgt een etiket opgeplakt. Eigenlijk hoor ik nergens thuis; ik ben een culturele mix.’
Voor Placencio was studeren de mooiste tijd uit haar leven. ‘Ik was single, student en vrij en heb veel van Amerika gezien. Het is er heel competitief. Je haalt het uiterste uit jezelf. Na vier jaar ben ik cum laude afgestudeerd.’ Op de vraag wat Duzant achterliet in Amerika antwoordt hij lachend: ‘De helft van mijn leven: mijn vrienden, mijn appartement en mijn carrière in de atletiek.’
Bewuste remigratie?
Na haar studie keerde Placencio terug naar Curaçao en werd er verliefd. Samen met haar vriend vertrok zij naar Nederland waar zij acht jaar als business analist werkte voor Optiver, een groot optiehandelbedrijf. Na de komst van haar kind wilde ze terug naar Curaçao. Placencio: ‘Mijn dochter wilde ik de warme en vrije jeugd geven, die ik zelf heb gehad.’
Duzant kreeg na een elfjarige sportcarrière last van zijn knie. Met een jong gezin wilde hij niet meer maanden per jaar voor wedstrijden van huis. Kennissen brachten hem op het idee om Atrium over te nemen en uit te bouwen tot een centrum voor wellness en sport. Zijn zakenpartner in Amerika, een holistische arts, steunde hem daarin.
Placencio werkte bij terugkomst eerst als hoofdcontroller bij de CHB. Ze had het goed, gaf leiding en volgde allerlei opleidingen bij de bank. Toch miste zij de snelle, dynamische handelssfeer. Het aanbod om een eigen commodity trading bedrijf te beginnen op Curaçao greep zij aan. Placencio: ‘Het eiland is klein. Je krijgt als hoogopgeleide lokale professional meer kansen en doet sneller de juiste contacten op.’
Terugkijkend geeft Duzant zijn remigratiestap het cijfer acht. Placencio geeft die zelfs een dikke negen. Duzant: ‘Remigreren is absoluut een goede beslissing geweest. Een eigen bedrijf had ik in Amerika waarschijnlijk niet gehad. Nu ben ik, met meer dan vijfhonderd vaste klanten, ondernemer op Curaçao!
Placencio: ‘Remigreren naar Curaçao trok een behoorlijke wissel op onze relatie. We zijn gescheiden, waardoor het zwaar was in het begin. Maar nu straal ik weer. Ik ben als vrouw, moeder en professional enorm gegroeid. Ondernemen zit mij en mijn familie in het bloed. Commodity trading is mij op het lijf geschreven in financiële en commerciële zin.’
Lokale werkcultuur?
Toch valt ondernemen niet altijd mee. Duzant: ‘Opgeleid en klantgericht personeel is schaars. Lokale werknemers zetten niet vanzelfsprekend die ‘extra stap’ die je als ondernemer wel verwacht. Soms ontmoet je de houding “Denk maar niet dat je alles weet”, van mensen die nooit zijn weggeweest. Ik speel niet graag voor directeur, maar ik laat mij ook niet misbruiken als baas. Medewerkers geef ik niet zomaar een vast contract. Daar moet wel en bepaalde drive tegenover staan.’
Placencio: ‘Het werktempo is hier soms erg laag en de klantvriendelijkheid soms nul-komma-nul. De gevestigde orde is sterk en star. Talentvolle jongeren rollen niet vanzelfsprekend door. Er is hier veel potentieel, maar vaak blijft dat verborgen. Bedrijven willen wel veranderen en verbeteren, maar vaak ontbreekt een change management cultuur. Organisaties en professionals kiezen hier niet snel voor risico’s en ondernemerschap.’
Duzant: ‘Dat ik de directeur ben, weten de meeste klanten niet. Dat houd ik zo. Ik ben soepel en niet hiërarchisch ingesteld. We zijn een professioneel team met elk een eigen, unieke taak. Aan ons serviceniveau trek ik hard door maandelijkse meetings voor het hele personeel, veel coaching en rollenspellen van mijn kant. Dan speel ik bijvoorbeeld een lastige klant.’
Brandende ambities?
Aan ambities ontbreekt het Duzant en Placencio niet. Duzant: ‘Ik geef leiding aan de gym, de spa, de cafetaria en onze salon. Dat is een uitdaging met maar acht uren in een dag. Onze sport- en daycare-faciliteiten breiden we binnenkort uit en met mijn holistisch wellness- en sportconcept wil ik uitwaaieren naar andere eilanden in de Dutch Caribbean.
Placencio: ‘Op mijn veertiende handelde ik al in schoenen en sportkleding om extra geld te verdienen. Op dit moment werken we met drie personen binnen mijn bedrijf, maar ik wil snel uitbreiden tot vijftien man personeel. Ik geef meestal leiding aan mensen die ouder zijn, maar we vullen elkaar altijd aan. Ons kantoor moet straks wereldwijd handelen in allerlei soorten commodities. Dat kan suiker, olie of edelmetalen zijn. Ik ga er altijd honderd procent voor. Dat verwacht ik straks ook van mijn team.’
Ondanks jonge kinderen en drukke banen, maken beiden tijd voor vrijwilligerswerk. Duzant wil jonge, talentvolle sporters vooruit helpen omdat de sport hem ook zo veel heeft gebracht. Placencio richtte haar eigen stichting ‘Giving back’ op, die met de hulp van sponsorbedrijven jaarlijks honderden kinderrijke gezinnen met een beperkt inkomen van kerstpakketten voorziet.
Beiden zijn heel wat van plan. Blijven groeien en studeren is een rode draad. De financiële wereld en de wereld van de sporttechnologie veranderen snel. Placencio legt haar hart en ziel in haar trading bedrijf. Voor Duzant is het leukste van zijn werk de kennisoverdracht en het zichtbare resultaat wanneer klanten na drie maanden trainen niet alleen fitter, maar vaak ook gelukkiger zijn.
Tekst > Maya Mathias