





Tony Halabi is een naam die je steeds weer tegenkomt op Curaçao. Een ondernemer die op het eiland veel heeft opgezet: restaurant Fort Nassau, Landhuis Brakkeput Mei Mei, het cateringbedrijf The Trader Party Service en Destination Curaçao. Tegenwoordig exploiteert hij ook Cas Abao Beach. Op weg naar Halabi - die ik nooit eerder heb ontmoet - verwacht ik iemand te spreken die zichzelf waarschijnlijk succesvol en belangrijk zal vinden. In The Trader in het World Trade Center word ik door Tony Halabi zelf ontvangen. Hij loodst me naar zijn eenvoudige kantoor en begint meteen het gesprek. In de loop van het interview stel ik voor mezelf vast dat ik me erg heb vergist; Halabi is een man zonder veel poespas.
?Goed stuk vlees
Tony Halabi vertelt dat hij in 1974 terug kwam op Curaçao, nadat hij in Schevingen de Hogere Hotelschool had doorlopen. Zijn terugkeer was eigenlijk vanzelfsprekend. De opzet van zijn eerste restaurant in Promenade was ook zijn afstudeerstage, vertelt hij me. Waar een ander een mooie scriptie zou schrijven bracht hij het geleerde gelijk in de praktijk. Zijn vader is ook ondernemer op Curaçao geweest en was indertijd begonnen met de bouw van Promenade. Dat eerste restaurant heette La Bistroëlle en was samen met het andere daar gevestigde restaurant Pinokkio heel succesvol. In 1978 nam Tony Halabi het restaurant Fort Nassau over, dat toen al vier keer failliet was gegaan. ‘Ik wist wat ik moest doen. Het gaat altijd om de basics: lekker eten aanbieden, een goed stuk vlees.’ Na een korte tijd begon het restaurant al beter te lopen en na een verbouwing ging het met het restaurant nog verder bergopwaarts.
Als ik hem vraag naar het ‘geheim’ achter dat succes zegt hij dat het altijd beter is simpele dingen goed te doen dan ingewikkelde dingen niet zo goed te doen. ‘Je moet de trend zien en daar in mee gaan. Vroeger wilde iedereen in de airco zitten, nu wil tachtig procent van de toeristen buiten zitten. Alleen Amerikanen willen nog graag in de airco zitten. Als je gewoon om je heen kijkt zie je de trend. In de keuken werd vroeger van je verwacht dat je strikt de Franse keuken volgde en nu doe je het goed als je een meer gedurfde combinatie op tafel zet.’
Verantwoorde overhead?
De catering kwam er eigenlijk als bedrijvigheid bij na diverse verzoeken van klanten. Met als meest recente climax de catering van het North Sea Jazz festival met dit jaar 23.000 bezoekers verdeeld over twee avonden. En natuurlijk de artiesten en de crew niet te vergeten: ook nog eens vierhonderd man. De hele voorbereiding en de aansturing van een dergelijk grote crew op zo’n grootschalig evenement is heel speciaal, vertelt Halabi. Hoe laat je iedereen weten wat ze moeten doen en hoe je het hebben wil? Zijn dochter Sabine, die met haar eigen bedrijf Special Events, Wedding & Party Planner met haar vader samen werkt, had de feitelijke leiding over de zeventien managers, die elk hun eigen team aanstuurden. In het auditorium zijn voorbereidende sessies gehouden voor al het personeel. De restaurants Fort Nassau en Brakkeput Mei Mei waren die avonden dicht, zodat het personeel ook ingezet kon worden in de catering van het festival.
‘Het was spannend en mooi’, zegt Tony. ‘Natuurlijk hadden we de ervaring van het eerste jaar, dat minder bezoekers bracht (ongeveer 12.000). Dit jaar het dubbele aantal dus en dat betekent: tweemaal zoveel drankjes en tweemaal zoveel hapjes, en dus tweemaal zoveel muntjes verkopen. Alles hebben we uitgerekend en verwerkt. We hebben een verantwoorde overhead aan personeel ingezet. Op dat punt gaat het vaak mis. En neem van mij aan: als het ergens fout gaat, dan heeft dat een sneeuwbaleffect en gaat het vervolgens op veel meer plaatsen fout.’ Op mijn vraag wat hij zelf die avonden heeft gedaan zegt hij: ‘ik heb vier of vijf nummers bijgewoond die ik echt wilde horen. Verder ben ik steeds wel ergens bij de crew geweest.’
Personeel scherp houden?
Hoe is Halabi in staat is al deze verschillende bedrijven aan te sturen? ‘Ik heb een heel goed team hier. Vanuit dit kantoor wordt alles eigenlijk aangestuurd.’ Succesvol? ‘Dat zeg ik nooit’, antwoordt hij. ‘Het kan ook zomaar fout gaan. We zijn op Curaçao erg afhankelijk van de stroom aan toeristen. Als de toeristen om wat voor reden ook wegblijven, hebben we een groot probleem.’
‘Waar ik in geloof is in het neerzetten van een goed product. Dat heb ik altijd nagestreefd. In dat opzicht ben ik misschien niet zo’n goede zakenman. Het gaat me in de eerste plaats om het succesvol laten verlopen van het evenement. Als het zakelijk een succes wordt, is dat mooi meegenomen. Dat komt vaak op de tweede plaats. Een van de belangrijkste dingen is je personeel scherp houden. Het gaat constant om de service. Wij werken in een branche waarin de stress van altijd op tijd leveren erg hoog is. De klant heeft daar geen boodschap aan en moet daar ook niets van merken.’
Voetbalcoach
‘Je moet altijd scherp blijven en je succes niet overschatten door te denken dat de klanten toch wel blijven komen. Wij verkopen service. Eigenlijk verkopen we iets dat er nog helemaal niet is als de klant binnenkomt. We maken het vanaf scratch zo gezegd. Neem nou een huwelijk. Voor de mensen die trouwen is het - hopelijk - een eenmalige, speciale gebeurtenis. Maar voor ons is een huwelijk verzorgen de gewoonste zaak van de wereld. We hebben dat tenslotte al ongeveer duizend keer gedaan. Toch moet je scherp blijven en elk huwelijk als die ene speciale bijeenkomst behandelen.’
‘Zeker bij speciale evenementen komen we met het team altijd even bij elkaar om de dingen door te spreken. Het is net als met een voetbalcoach. Die praat ook de hele week door met zijn spelers en niet maar één keer. Vaak ben ik ’s avonds te vinden in Brakkeput’, vertelt hij. ‘Het personeel zegt dat ik vier ogen heb in plaats van twee, omdat ik alles zie. Maar: als er iets aan te merken valt, zal ik het altijd melden aan de verantwoordelijke manager en nooit rechtstreeks aan het personeel.’
Wat het personeel zou antwoorden op de vraag hoe Tony Halabi is als baas? ‘Ik heb echt geen idee. Ik heb het ze zelf nooit gevraagd. Ze weten wel allemaal dat ik al het werk zelf ook heb gedaan. Ik ben er ook altijd bij. Ik zit heel vaak samen met personeel. We vergaderen efficiënt, vind ik. Iedereen krijgt de ruimte om iets in te brengen. Als een beslissing eenmaal genomen is dan staat het ook. Tot de volgende meeting wordt er niet meer aan getornd. Als je toch wilt terugkomen op iets dat we hebben afgesproken moet je wachten tot de volgende vergadering en met een goed verhaal komen om de anderen te overtuigen. Iedereen weet zo waar hij aan toe is.’
Alles draait om het product?
Ik vraag hem wat hij zou doen als hij de gelegenheid zou hebben om opnieuw te beginnen. Tony Halabi moet er even over na denken. ‘Werken in de horeca is zo vluchtig’, antwoordt hij. ‘Je moet elke keer opnieuw beginnen. Ik heb het aan de andere kant wel 38 jaar met heel veel plezier gedaan. Iets in de bouw heb ik altijd wel willen doen; dan maak je iets tastbaars waar je nog lang van kunt genieten. Natuurlijk is de horeca heel conjunctuurgevoelig. Als de toeristen weg blijven, vallen er echt klappen, hoor. Aruba heeft al jaren geleden heel hoog ingezet op het toerisme en daarbij grote risico’s genomen door de afgifte van diverse garanties. Het heeft daar gelukkig goed uitgepakt. Aruba heeft ook een mooi product, vind ik.’
‘Alles draait ook om het product. Er zijn wat dat betreft voor Curaçao twee aandachtspunten: in de eerste plaats gaat het om de serviceverlening. In de tweede plaats is het schoonhouden van het eiland heel belangrijk en ook daar schort het aan. Men beseft hier niet altijd goed genoeg hoe belangrijk dat is. Je kunt nog zoveel aan je marketing doen, maar als je product niet goed genoeg is, komen de toeristen niet terug.’
Nooit teveel risico’s
Tony Halabi zit op zijn praatstoel en vertelt me dat hij vanaf het begin van zijn carrière alles zoveel mogelijk op eigen kracht heeft gedaan. Als ik hem vraag wie voor hem een lichtend voorbeeld is geweest, zegt hij dat hij eigenlijk nooit een echt voorbeeld heeft gehad. Hij leest niet veel, zegt hij, maar als hij leest dan is het non-fictie, het liefst over grote politici. ‘De autobiografie van Bill Clinton en dan vooral hoe de voorbereiding op de verkiezingen door hem werd georganiseerd, daar heb ik een hoop van geleerd.’
Als Tony Halabi een advies zou geven aan startende ondernemers dan is het dit: ‘wees voorzichtig met de opzet van je bedrijf. Neem nooit te veel financiële risico’s. Te veel geld hebben uitstaan ontneemt je ook de creativiteit en het plezier om te ondernemen. En verder: ga gewoon kei- en keihard werken.’
Grote en hechte familie
Halabi heeft eigenlijk nooit echte strategische doelstellingen gehad. ‘Van het een kwam het ander. Fort Nassau kwam indertijd als kans voorbij en de andere mogelijkheden kwamen daarna vanzelf.’ Hij zegt voorlopig ook geen nieuwe dingen meer aan te pakken. Ja, hij is nog bezig met uitbreiding van Brakkeput met een speeltuin, een jeu-de-boulesbaan en een minigolfbaan. ‘Dan is het voorlopig wel klaar. Ik ben zestig jaar. Misschien tijd om langzaam aan wat andere dingen te gaan doen.’
Tony prijst zichzelf gelukkig dat hij al weer lang geleden getrouwd is met zijn vrouw Barbara, die ook de Hotelschool heeft doorlopen en die hem en de consequenties van zijn werk begrijpt. Hij heeft twee mooie dochters, Sabine en Nancy, die elk hun eigen bedrijf hebben. Sinds kort is Halabi opa. Heeft hij wel tijd om van zijn kleinzoon te genieten? ‘Jazeker’, is zijn stellige antwoord. ‘Daar maak ik tijd voor.’ Dat was vroeger met zijn eigen kinderen wel anders, beaamt hij. Voor zijn afwezigheid, vooral in de avonduren, heeft hij wel altijd begrip gekregen. ‘Gelukkig’, zegt hij, ‘heb ik een heel grote en hechte familie. Dat is fijn.’ Tony Halabi kijkt met tevredenheid terug, dat is duidelijk.
Tekst > Willem Jan Stokhof